Winkelen in de stad

Aandeel (%) van de inwoners dat het afgelopen jaar inkopen heeft gedaan in een buurtwinkel, baanwinkel of het stadscentrum.

Winkelen in de stad: Tabel
Winkelen in de stad: Grafiek
Toelichting

De kwaliteit van de woonomgeving kan verbeterd worden door te werken aan het straatbeeld, de aanwezigheid en toegankelijkheid van groen, voldoende en kwaliteitsvolle speel- en buurtvoorzieningen, verkeersleefbaarheid en veiligheid. Het bezoek aan shopping- en winkelvoorzieningen zegt iets over de aanwezigheid van voorzieningen in de stad en geeft zo mede aan hoe attractief de stad is (ook voor stadsbezoekers).

In 2014 heeft gemiddeld 82,4% van de inwoners van de centrumsteden het afgelopen jaar inkopen gedaan in een baanwinkel, 91,3% in een buurtwinkel en 95,3% in het stadscentrum of een shoppingcenter.

Het aandeel inwoners dat inkopen heeft gedaan in een buurtwinkel is overal zeer hoog en schommelt tussen 86% en 94%. Het aandeel inwoners dat inkopen heeft gedaan in het stadscentrum of een shoppingcenter is zelfs nog hoger met aandelen groter dan 92% in alle steden. Het aandeel inwoners dat inkopen heeft gedaan in een baanwinkel is iets kleiner. In Aalst, Leuven en Mechelen is dit minder dan 80%. In de overige centrumsteden schommelt het aandeel tussen 80% en 90%. Alleen in Sint-Niklaas is dit aandeel groter dan 90%.

In 8 van de 13 centrumsteden is het aandeel inwoners dat frequent (meer dan 12 keer per jaar) inkopen heeft gedaan in het stadscentrum of een shoppingcenter het grootst. Dit is niet het geval in Antwerpen, Gent, Brugge, Kortrijk en Sint-Niklaas waar het aandeel inwoners dat frequent inkopen heeft gedaan in een buurtwinkel groter is. In alle steden is het aandeel inwoners dat frequent is gaan winkelen in een baanwinkel het kleinst.

Gemiddeld 17,6% van de inwoners geeft aan het afgelopen jaar geen inkopen te hebben gedaan in een baanwinkel, 8,7% geen inkopen in een buurtwinkel en 4,7% geen inkopen in een stadscentrum of shoppingcenter.

Voornamelijk jonge inwoners (<35 jaar) geven aan te hebben gewinkeld in baanwinkels, buurtwinkels en het stadscentrum of een shoppingcenter. Ook het opleidingsniveau speelt een rol: een groter aandeel hoger opgeleiden hebben positief geantwoord op deze stellingen dan lager opgeleiden. Inwoners met inwonende kinderen zijn meer dan inwoners zonder inwonende kinderen gaan winkelen in baanwinkels, het stadscentrum of een shoppingscenter.

Deze indicator kan men lezen samen met ‘Tevredenheid over het aanbod aan shopping- en winkelvoorzieningen’.