Winkelaanbod

Het aantal commerciële panden en de werkvloeroppervlakte per 1.000 inwoners en de leegstand in %.

Winkelaanbod: Tabel
Winkelaanbod: Grafiek
Toelichting

Een uitgebreid en divers aanbod aan winkelvoorzieningen is noodzakelijk voor een leefbare en duurzame stad. Detailhandel is zeer belangrijk voor de economische en sociale leefbaarheid van de steden. Winkels vormen een belangrijke attractie voor bezoekers en zorgen in combinatie met horeca en culturele activiteiten voor een aangename en levendige atmosfeer in de stedelijke kernen. De aanwezigheid van winkels binnen de (kern)stad heeft zowel ruimtelijke als ecologische voordelen. Het kan het steeds verder inpalmen van open ruimte aan de rand van de stad via winkellinten en baanwinkels tegengaan en het wagengebruik om te winkelen afremmen op voorwaarde dat er een vlotte bereikbaarheid kan gegarandeerd worden (Cant en Verhetsel, 2013).

Alle steden hebben in 2013 een hoger aanbod aan winkelvoorzieningen dan gemiddeld in het Vlaamse Gewest. De hoogste dichtheid aan commerciële panden is er in Oostende, Kortrijk en Hasselt. Turnhout is de koploper inzake leegstand, gevolgd door Sint-Niklaas, Genk en Kortrijk.

In vergelijking met 2008 loopt het globale aanbod aan winkelpanden met 4 % terug. Een forse terugval is er in Gent, Sint-Niklaas en Roeselare. Vooral Hasselt en in mindere mate Genk en Kortrijk gaan er op vooruit. De leegstand is sinds 2008 met 3 procentpunten toegenomen. De grootste toename is er in Aalst en in Kortrijk.

In verhouding tot het aantal inwoners kennen in 2013 Roeselare, Hasselt, Turnhout en Sint-Niklaas de grootste winkelvloeroppervlakte. In Antwerpen, Gent en Leuven is deze het laagst. Antwerpen, Sint-Niklaas, Kortrijk, Aalst en Genk worden met de grootste leegstandoppervlakte geconfronteerd. In tegenstelling tot een dalend aantal panden, stijgt de oppervlakte die de panden samen innemen. De oppervlakte aan leegstand neemt het meest toe in Aalst en Hasselt. Turnhout is de enige stad waar deze behoorlijk daalt.

Alles wat met de woning te maken heeft, kledij en mode en levensmiddelen zijn de hoofdbranches die in de steden het meest voorkomen. In sommige steden zijn kleding en mode proportioneel meer aanwezig zoals in Kortrijk, Leuven en Roeselare. In andere steden is alles wat met de woning te maken heeft dan weer meer vertegenwoordigd, bijvoorbeeld in Sint-Niklaas.

Deze indicator kan men het best lezen samen met ‘Tevredenheid over het aanbod aan shopping- en winkelvoorzieningen’ en ‘Winkelen in de stad’.