Werkloosheidsgraad personen van buitenlandse herkomst

Verhouding (%) van het aantal werkzoekenden tegen­over de beroepsbevolking (18-64 jaar).

Werkloosheidsgraad personen van buitenlandse herkomst: Tabel
Werkloosheidsgraad personen van buitenlandse herkomst: Grafiek
Toelichting

De werkloosheidsgraad bij personen van buitenlandse herkomst informeert over gelijke kansen op de arbeidsmarkt. In een leefbare en duurzame stad wordt de jobcreatie in de stedelijke economie zoveel mogelijk gestimuleerd. De maatregelen voor de jobcreatie zijn op een ruim aanbod van kwaliteitsvolle arbeid gericht. Initiatieven om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt doelmatiger op elkaar af te stemmen vullen die maatregelen aan. Een stedelijk arbeidsmarktbeleid vertrekt van een stimulering van de vraag (naar arbeid van ondernemingen). Een waaier van activiteiten om knelpunten bij werkzoekenden weg te nemen vult dit beleid aan, zodat geen enkele bevolkingsgroep wordt uitgesloten. Ondernemingen en overheid werken actief samen om alle lagen van de stedelijke arbeidsreserve te integreren op de arbeidsmarkt.
Een lage werkloosheidsgraad bij personen van buitenlandse herkomst wordt vanuit arbeidsmarktperspectief als gunstig beschouwd.

In 2013 ligt de werkloosheidsgraad van personen afkomstig van binnen de EU (zonder België) het hoogst in Oostende (10,6%) en Genk (9,9%). Leuven kent het laagste aandeel werkzoekenden in de beroepsbevolking met afkomst uit de EU (4,1%). In de 13 steden ligt de werkloosheidsgraad van personen afkomstig van buiten de EU steeds hoger in vergelijking met personen uit de EU. De hoogste werkloosheidsgraden voor personen afkomstig uit niet-EU-landen worden genoteerd in Antwerpen (18,5%) en Turnhout (19%). Leuven kent de laagste verhouding tussen werkzoekenden en beroepsbevolking afkomstig van buiten de EU (9,1%). In de 2 grootsteden en in 3 centrumsteden (Aalst, Genk en Brugge) ligt de vrouwelijke werkloosheidsgraad bij personen van niet-EU herkomst hoger dan bij de mannen. In de overige centrumsteden is het omgekeerd.

De werkloosheidsgraad is bij beide (algemene) herkomstgroepen na een stijging tussen 2009 en 2010 in de jaren daarna licht gedaald in zowat alle steden. Die afname is relatief het grootst bij de groep met de hoogste werkloosheidsgraad: de personen afkomstig van buiten de EU. In 2013 nam de werkloosheidsgraad in het leeuwendeel van de steden weer lichtjes toe.

Deze indicator leest men best samen met andere indicatoren die bijkomende informatie geven over de vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt, zoals ‘Netto-jobcreatie’, ‘Spanningsratio’, ‘Jobratio’, ‘Werkloosheid van laaggeschoolden’, enzovoort.