Werkloosheid van laaggeschoolden

Aantal laaggeschoolde niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) en aandeel laaggeschoolden tegenover het totaal aantal niet-werkende werkzoekenden (≥ 18 jaar).

Werkloosheid van laaggeschoolden: Tabel
Werkloosheid van laaggeschoolden: Grafiek
Toelichting

De indicator over laaggeschoolde werkzoekenden zegt iets over gelijke kansen op de arbeidsmarkt. In een leefbare en duurzame stad vertrekt het arbeidsmarktbeleid vanuit de vraag naar arbeidskrachten. Initiatieven om knelpunten bij werkzoekenden weg te nemen, vullen dit beleid aan, zodat de markt geen enkele bevolkingsgroep uitsluit. In het bijzonder voor jongeren en vroegtijdige schoolverlaters worden maatregelen getroffen om de toegang tot en de doorstroom naar de arbeidsmarkt te faciliteren. Een officieel diploma biedt een stevig houvast bij een duurzame integratie op de arbeidsmarkt. Wie zonder diploma het (secundair) onderwijs verlaat loopt een aanzienlijk risico om zonder werk te vallen. Ondernemingen en overheid werken actief samen om alle lagen van de stedelijke arbeidsreserve te integreren op de arbeidsmarkt. In steden wordt ondernemerschap gecultiveerd in alle lagen van de bevolking, er is een positieve en gedifferentieerde beeldvorming over ondernemen en werken. Drempels bij jongeren en kansengroepen worden weggewerkt.

Een laag aandeel laaggeschoolde werkzoekenden wordt als gunstig beschouwd.

Anno 2013 hebben bijna alle steden een aandeel van 35% à 55% laaggeschoolden onder de werkzoekenden. Genk en Sint-Niklaas kent het hoogste aandeel; Leuven en Hasselt het laagste. Bij opdeling naar geslacht blijkt Leuven eveneens zowel het laagste aandeel mannelijke alsook het laagste aandeel vrouwelijke laaggeschoolde NWWZ te hebben. In Genk worden de hoogste aandelen laaggeschoolde werkzoekende mannen én vrouwen genoteerd.

In vergelijking met 2005 daalde in 2009 het aantal laaggeschoolde werkzoekenden in elk van de centrum- en grootsteden. In 2013 lag het aantal werkzoekende laaggeschoolden in de helft van de 13 steden op een hoger niveau dan in 2009. Roeselare en Antwerpen zien dan het aantal werkzoekenden, die niet in het bezit zijn van minimaal een diploma hoger secundair onderwijs, met ruim 10% toenemen. Genk en Kortrijk noteren daarentegen een afname in het aantal laaggeschoolde NWWZ van ruimschoots 5% tussen 2009 en 2013.

Deze indicator leest men best samen met andere indicatoren die bijkomende informatie geven over de vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt, zoals ’Netto-jobcreatie‘, ‘Spanningsratio‘, ’Jobratio‘, enzovoort.