Vestigingen volgens aantal werknemers en sector

Het gaat om het aantal vestigingen van bedrijven met personeel in dienst. De werknemersaantallen worden geteld volgens locatie van de daadwerkelijke werkplaats (vestiging).

Vestigingen volgens aantal werknemers en sector: Grafiek 2
Vestigingen volgens aantal werknemers en sector: Grafiek 1
Vestigingen volgens aantal werknemers en sector: Tabel
Toelichting

Een breed en bloeiend ondernemingsweefsel houdt verband met een toename van het aantal vestigingen. Steden zijn aldus economische aantrekkingspolen met een hoge werk- en leefkwaliteit. Het verloop van het aantal vestigingen is vooral complementair aan de netto-groei van het aantal ondernemingen en de overlevingsgraad van ondernemingen.

Vestigingen naar werknemersklasse

In 2013 waren er 2,2% meer vestigingen in de 13 steden in vergelijking met 2005. De groei was het sterkst bij de vestigingen met 50 à 199 werknemers in dienst (+23,8%). Bij de werknemersklasse van 200 of meer bedroeg de groei +9,9%. In de kleinere vestigingen met 1 tot 49 werknemers was de toename veel beperkter (+1,1%). In heel het Vlaamse Gewest was de groei van het aantal vestigingen over die periode iets sterker (+4,4%).

De stad Genk kende de sterkste toename van het aantal vestigingen (+16,0%). Dat is er in ongeveer even sterke mate te wijten aan alle werknemersklassen, ook bij de kleinere categorie van 1-49 werknemers. Daarmee onderscheidt Genk zich van de overige steden. In vijf van de 13 steden was er een afname van het aantal vestigingen. Dit door de daling in de klasse van 1-49 werknemers. Het gaat om Aalst, Kortrijk, Oostende, Sint-Niklaas en Hasselt.

Vestigingen naar hoofdsector

De toename van het aantal vestigingen in de 13 steden was uitsluitend te danken aan de quartaire sector (+21,9%). In de secundaire en tertiaire sectoren was er een afname met 4,9% en 1,2%. De primaire sector telt niet veel vestigingen. Het verloop over de tijd is er dan ook vrij volatiel. In de 13 steden samen was er een afname met 12,1% over 2005-2013. In het Vlaamse Gewest kenden – naast de quartaire – de secundaire en tertiaire sectoren wel een groei, zij het beperkt.

De quartaire sector kende in elke stad een aangroei van het aantal vestigingen, het sterkst in Antwerpen (+39,2%). De secundaire sector kende – met uitzondering van Genk en Gent – overal een afname. In de tertiaire sector is het beeld wisselend. Het verloop van het vestigingenaantal in de primaire sector is erg volatiel, wegens de voornoemde kleine aantallen.