Verplaatsingen tussen woonplaats en het werk / de school: afstand, tijd en snelheid

Afstand, tijdsduur en snelheid van de woon-werk/schoolverplaatsingen.

Verplaatsingen tussen woonplaats en het werk / de school: afstand, tijd en snelheid: Tabel
Verplaatsingen tussen woonplaats en het werk / de school: afstand, tijd en snelheid : Grafiek
Toelichting

De leefbaarheid en duurzaamheid van de stad worden sterk mede bepaald door de manier waarop inwoners en stadsgebruikers zich verplaatsen, onder andere voor hun verplaatsingen naar werk of school. Een efficiëntere en evenwichtige inzet van vervoersmodi en -infrastructuur moeten er toe bijdragen dat in de stad pas in laatste instantie beroep gedaan wordt op de auto om zich te verplaatsen. Dit met het vooruitzicht om de verkeershinder en verkeersdruk op natuur en milieu te verminderen. Belangrijk daarbij is het waarborgen van de bereikbaarheid.

De gemiddelde woon-werk/schoolafstand in de 13 centrumsteden bedraagt 19,5 kilometer. In Oostende, Aalst, Sint-Niklaas, Brugge, Mechelen, Genk en ­Turnhout zijn deze verplaatsingen verder dan gemiddeld. Inwoners uit Roeselare, Antwerpen en Leuven pendelen minder ver naar werk of school. Mannen verplaatsen zich verder dan vrouwen naar werk of school. Hetzelfde geldt voor hoger opgeleiden in vergelijking met lager opgeleiden.

De gemiddelde reistijd bedraagt iets meer dan 32 minuten. In Aalst, Oostende en Antwerpen duurt de verplaatsing langer dan gemiddeld. Inwoners uit Roeselare, Kortrijk, Hasselt, Brugge, Genk en Turnhout zijn minder lang onderweg. Mannen zijn gemiddeld langer onderweg naar school of werk dan vrouwen. Hetzelfde geldt voor hoger opgeleiden in vergelijking met lager opgeleiden. Niet-Belgen zijn eveneens langer onderweg dan Belgen.

De gemiddelde reissnelheid tussen woonplaats en school of werk bedraagt 36,3 kilometer per uur. In Kortrijk, Sint-Niklaas, Brugge, Oostende en Hasselt ligt die pendelsnelheid boven de 40 km/u. In Antwerpen ligt die met 31 km/u aanzienlijk lager.

Deze indicator kan men samen bekijken met indicatoren zoals ‘Verplaatsingen in de vrije tijd’ en ‘Verplaatsingen tussen woonplaats en het werk/de school’.