Verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering

Aandeel (%) inwoners dat geniet van een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering.

Verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering: Tabel
Verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering: Grafiek
Toelichting

Deze indicator is relevant voor de strijd tegen materiële armoede en inkomensongelijkheid. Het gaat om de groep van de bevolking die volgens de overheid financiële ondersteuning nodig heeft opdat voor hen de toegang tot de gezondheidszorg gegarandeerd zou zijn.

Begin 2014 geniet 18% van de bevolking van de 13 steden de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering. Tussen 2011 en 2013 is dat percentage licht gestegen, daarna weer iets gedaald. Het aandeel personen met een verhoogde tegemoetkoming ligt bijna 5 procentpunten hoger in de 13 steden dan in het totale Vlaamse Gewest.

Antwerpen scoort het hoogst, kort gevolgd door Oostende. Brugge, Leuven en Hasselt hebben het laagste aandeel personen met een verhoogde tegemoetkoming.

Voor alle steden samen zijn de personen met een bepaald sociaal voordeel de omvangrijkste groep. Daarna volgt de groep personen met een specifieke hoedanigheid, kort gevolgd door de groep met OMNIO-statuut.

Deze verhouding tussen de 3 categorieën is terug te vinden in nagenoeg elke stad. Uitzonderingen hierop zijn de relatief grote groep personen met een OMNIO-statuut in Antwerpen en de relatief grote groep personen met een specifieke hoedanigheid in Genk.

Oostende is de stad met het hoogste aandeel personen die een verhoogde tegemoetkoming genieten op basis van een sociaal voordeel. Genk is de stad met het hoogste aandeel personen met een verhoogde tegemoetkoming op basis van een specifieke hoedanigheid. Antwerpen is de stad met het hoogste aandeel personen met een verhoogde tegemoetkoming op basis van het OMNIO-statuut.

De resultaten van deze indicator worden best samen bekeken met de resultaten van volgende indicatoren: ’Fiscale inkomens beneden de kritische grens‘, ’Personen met overmatige schuldenlast‘, ’Betaalbaarheid van het wonen: betalingsmoeilijkheden’, ’Betaalbaarheid van zorg en opvang‘ en ‘Huishoudens met betalingsmoeilijkheden’.