Spijbelgedrag in het deeltijds secundair onderwijs

Aandeel (%) leerlingen in het deeltijds beroepssecundair onderwijs dat regelmatig problematisch afwezig is (“spijbelt”).

Spijbelgedrag in het deeltijds secundair onderwijs: Tabel
Spijbelgedrag in het deeltijds secundair onderwijs: Grafiek
Toelichting

Spijbelgedrag is een schoolloopbaankenmerk dat wijst op een hoger risico om de schoolcarrière niet te voltooien en om een lagere eindkwalificatie en bijgevolg een maatschappelijk zwakkere positie als volwassene te bereiken. Het wijst er op dat onderwijskansen niet gelijk verdeeld zijn over alle lagen van de bevolking.

In een leefbare en duurzame stad biedt het onderwijs, dat voldoende gedifferentieerd en territoriaal uitgebouwd is, gelijke kansen aan kinderen en jongeren, ongeacht het milieu waaruit ze afkomstig zijn. Scholen kennen en gaan actief aan de slag met de achtergrond van kinderen om problemen die een invloed hebben op de schoolcarrière te detecteren en te remediëren. Dit zorgt er voor dat alle jongeren een kwalificatie behalen, die toegang verleent tot de arbeidsmarkt en/of het hoger onderwijs en die de doorstroming naar de arbeidsmarkt en/of het hoger onderwijs faciliteert.

In 2013-2014 ligt het aandeel leerlingen dat regelmatig spijbelt in de 13 steden met 37,9% iets hoger dan in het Vlaamse Gewest (35,8%). In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ligt het aandeel beduidend hoger (54,2%). Antwerpen (34,3%) kent een aandeel onder het Vlaamse gemiddelde, Gent (48,7%) een aandeel boven het Vlaamse gemiddelde. In vergelijking met het voltijds secundair liggen deze cijfers veel hoger.

De hoogste aandelen geregistreerde spijbelaars bevinden zich in Leuven (57,2%) en in Hasselt. Het laagste aandeel spijbelaars is in Turnhout (13,1%), gevolgd door Roeselare en Kortrijk. In de 13 steden spijbelen jongens meer dan meisjes. Het verschil bedraagt 1,8 procentpunten. In 6 van de 13 steden zijn er evenwel minder jongens dan meisjes die spijbelgedrag vertonen. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest is het verschil jongens-meisjes met 7,3 procentpunten dan weer zeer groot. Het Vlaamse Gewest kent iets minder spijbelende jongens dan meisjes.

In tegenstelling tot het voltijds secundair onderwijs is het gemiddeld aandeel spijbelaars voor de 13 centrum­steden in het deeltijds secundair onderwijs licht gedaald ten opzichte van 2006-2007, al vertrekt het van een veel hogere basis. Bovendien is er in 2013-2014 opnieuw een duidelijke stijging van het aandeel spijbelaars in het deeltijds secundair onderwijs. Dezelfde conclusies gelden overigens voor het Vlaamse Gewest. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest is het aandeel nog gestegen (+11,1 procentpunten). In Antwerpen is het aandeel ook gestegen, in Gent gedaald. De sterkste stijging zien we echter in Genk (+20,8 procentpunten), gevolgd door Hasselt, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en Leuven. Een duidelijke daling is gemeten in Oostende (-41,7 procentpunten), Brugge en Gent.

Deze indicator leest men best samen met indicatoren als ’Schoolse vertraging‘, ‘Spijbelgedrag in het voltijds secundair onderwijs’, ‘Spijbelgedrag in het lager onderwijs’ en ‘Ongekwalificeerde uitstroom uit het secundair onderwijs’.