Spanningsratio

Verhouding (ratio) tussen het aantal niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) en het aantal openstaande vacatures.

Spanningsratio: Tabel
Spanningsratio: Grafiek
Toelichting

De spanningsratio geeft een beeld van de krapte op de arbeidsmarkt. De indicator is relevant om de spanning op de arbeidsmarkt te meten en om te zien of er sprake is van arbeidsreserve of arbeidskrapte. Hoe lager de indicator, hoe kleiner de arbeidsreserve en dus hoe groter de krapte. Hoe minder werkzoekenden er per vacature zijn, hoe moeilijker het voor de werkgevers wordt om (geschikt) personeel te vinden om deze werkaanbiedingen in te vullen. In een leefbare en duurzame stad werken ondernemingen en overheid actief samen om alle lagen van de stedelijke arbeidsreserve te integreren op de arbeidsmarkt. Een stedelijk arbeidsmarktbeleid vertrekt van een vraagstimulerend beleid, aangevuld met een waaier van initiatieven om knelpunten bij werkzoekenden weg te nemen (aanbodgericht beleid) en vraag en aanbod doelmatig te matchen.

Anno 2013 is de arbeidsmarkt in nagenoeg alle steden weer wat minder krap geworden. Dit uit zich in een hogere spanningsratio: er zijn meer niet-werkende werkzoekenden (potentieel) beschikbaar per openstaande vacature. In Aalst, Genk en Turnhout is de spanningsindicator het hoogst. In Roeselare, Kortrijk en Hasselt zijn het aantal niet-werkende werkzoekenden per openstaande vacature het laagst.

In bijna alle steden lag de spanningsindicator in 2008 erg laag in vergelijking met de voorgaande jaren. In het crisisjaar 2009 steeg de spanningsratio in elke stad om in 2010 alweer terug af te kalven in het merendeel van de steden. Anno 2011 bereikt Vlaanderen een nieuw krapterecord; dit is niet het geval in elke groot- of centrumstad. In 2012, als de economie en de arbeidsmarkt verslechteren, wordt de krapte lichtjes teruggebracht en verhoogt het aantal niet-werkende werkzoekenden per openstaande werkaanbieding in praktisch alle steden. Die stijgende tendens zet zich door in 2013 wanneer de spanningsratio in elk van de 13 steden verder klimt.

De indicator kan best samen worden gelezen met ’Langdurige werkloosheid‘, ’Werkloosheidsgraad personen van buitenlandse herkomst‘, ’Werkloosheid van laaggeschoolden‘, ’Jobratio‘, ’Leeftijdskloof in de werkzaamheid: 50-plussers‘, ’Herkomstkloof in de werkzaamheid‘ en ’Netto-jobcreatie‘.