Sociale integratie in de buurt

Aandeel (%) van de inwoners dat zich positief uitspreekt over de mate van sociale integratie in de buurt.

Sociale integratie in de buurt: Tabel
Sociale integratie in de buurt: Grafiek
Toelichting

In een leefbare en duurzame stad hebben een sterk sociaal weefsel en persoonlijke netwerken een positieve invloed op het vertrouwen van mensen in de medemens en de samenleving in het algemeen. Bovendien kunnen sterke persoonlijke netwerken indien gewenst zorgen voor ondersteuning en opvang in de vertrouwde omgeving.

In 2014 beoordeelt 57% van de inwoners van de 13 steden de sociale integratie in de buurt als positief. Het verschil tussen de steden is echter groot. De inwoners van Hasselt, Kortrijk, Roeselare, Genk en Brugge zijn het meest positief. In de grootsteden en in Oostende is de beoordeling het minst positief.

Tussen 2011 en 2014 is de houding tegenover sociale integratie in de buurt in geen enkele stad significant gewijzigd.

In de samengestelde variabele wordt de grens voor een positieve beoordeling van de sociale integratie in de buurt vrij arbitrair op minstens drie van de vijf stellingen gelegd. Als de grens gelegd wordt op vijf van de vijf stellingen, blijft min of meer dezelfde volgorde gelden. Het zijn dezelfde steden die het best scoren. Dezelfde steden scoren ook het minst goed: de grootsteden en Oostende.

27% van de inwoners van de centrumsteden is het (helemaal) eens met alle stellingen en beoordeelt de sociale integratie in de buurt dus als erg positief. Daartegenover staat een groep van 16% die het met geen enkele stelling eens is en de sociale integratie in de buurt dus als erg negatief beoordeelt.

Naar geslacht is er geen verschil op de samengestelde variabele. Naar leeftijd is dat er wel: oudere respondenten beoordelen hun sociale integratie in de buurt vaker positief dan jongere respondenten. Ook het eigendomsstatuut speelt een rol: eigenaars zijn positiever dan huurders. Naar nationaliteit blijken Belgen positiever over de sociale integratie in de buurt dan niet-Belgen. Er is ten slotte ook een beperkt effect van opleiding: hoger opgeleiden zijn iets positiever.

Men leest deze indicator best samen met andere indicatoren zoals ‘Vertrouwen in de medemens’, ‘Intensiteit van contacten’, ‘Tevredenheid over contacten in de buurt’, ‘Deelname aan buurtactiviteiten’ en ‘Participatie in het verenigingsleven’.