Residentiële ouderenzorg

Aantal plaatsen in woonzorgcentra (de vroegere rusthuizen) en in serviceflats (ook assistentiewoningen genoemd).

Residentiële ouderenzorg: Tabel
Residentiële ouderenzorg: Grafiek
Toelichting

In een leefbare en duurzame stad sluit het aanbod aan residentiële ouderzorg zoveel mogelijk aan op de behoefte. Hoe minder plaatsen er zijn, hoe groter de discrepantie tussen het aanbod en de behoefte.

In 2014 kennen Sint-Niklaas en Kortrijk het grootste aanbod aan residentiële ouderenzorg, beiden tellen meer dan 20 plaatsen per 100 75-plussers. Brugge, Aalst en Roeselare hebben het kleinste aanbod met 12 à 13 plaatsen. Het gemiddelde aanbod voor de 13 steden is bijna 16 plaatsen per 100 75-plussers. Dit ligt hoger dan het gemiddelde voor alle Vlaamse gemeenten.

Tussen 2005 en 2014 blijft het aantal plaatsen residentiële ouderenzorg ten opzichte van het aantal 75-plussers constant. De eerste jaren was er een afname merkbaar, maar deze werd de laatste jaren weer helemaal weggewerkt. Dit geldt zowel voor alle Vlaamse gemeenten, alsook voor de 13 steden. Toch zijn er verschillen tussen de 13 steden onderling. Over een periode van 10 jaar, is het aantal plaatsen in Genk, Antwerpen, Turnhout en Aalst toegenomen, terwijl het in Brugge, Sint-Niklaas en Kortrijk is afgenomen. Dit is opmerkelijk omdat beide laatste steden wel nog steeds het hoogste aanbod hebben.

Men kan deze indicator lezen samen met andere indicatoren van zorg en opvang, zoals ‘Gezinszorg’, ‘Regionale spreiding van residentiële ouderzorg’, ‘Mantelzorg’, ‘Betaalbaarheid van zorg en opvang’ en ‘Tevredenheid over het aanbod aan zorgvoorzieningen voor ouderen in de buurt’.