Pendelintensiteit

Ingaande pendelratio of -intensiteit: aandeel van de (bezoldigde) pendelaars wonend buiten de stad en werkend in de stad in verhouding tot het aantal bezoldigde werknemers werkend in de stad.

Uitgaande pendelratio of –intensiteit: aandeel van de (bezoldigde) pendelaars wonend in de stad en werkend buiten de stad in verhouding tot het aantal bezoldigde werknemers wonend in de stad.

Pendelintensiteit: Tabel
Pendelintensiteit: Grafiek
Toelichting

In de visiematrix horen de indicatoren rond in- en uitgaande pendel bij de economische principes onder de activiteit ondernemen, ‘gezond economisch weefsel’. Steden ontwikkelen zich als aantrekkingspolen met een hoge werk- en leefkwaliteit, waar diverse vormen van creativiteit zich kunnen ontwikkelen. Het zoeken naar werk in andere dan de woongemeente kan dat stimuleren.

De pendelratio van de inkomende pendel is het hoogst in Mechelen in 2012 (76,0%), dat centraal ligt in Vlaanderen. Ook Turnhout, Leuven, Hasselt en Kortrijk halen hoge waarden. De inkomende pendelratio is het laagst in Oostende (57,8%). Ook Brugge scoort nipt onder 60%. In Aalst is de ratio eveneens relatief laag. De ratio is in de meeste steden lichtjes toegenomen sedert 2006, maar niet meer tijdens de meer recente jaren.

De pendelratio van de uitgaande pendel is doorgaans lager. Mechelen staat ook hier op kop in 2012 (66,6%). Opvallend is de hoge score van Aalst (65,1%), dat meer pendelaars uitstuurt dan het ontvangt. De ligging nabij de Brusselse tewerkstellingspool is ongetwijfeld een verklaring. De drie grootste Vlaamse steden noteren de laagste waarden; het zijn immers op zich reeds belangrijke werkverschaffers voor de eigen bevolking. Ook hier is er een toename op lange, maar niet op korte termijn.

Deze indicator kan best samen gelezen worden met de jobratio. Pendelaars maken immers een essentieel deel uit van de werkgelegenheid van een stad.