Visie leefbare en duurzame stad

De Stadsmonitor vertrekt vanuit een bepaalde visie op wat een ‘leefbare en duurzame stad’ is. Die visie vormt de basis voor de keuze van de indicatoren van de Stadsmonitor. In voorbereiding op de nieuwe editie van de Stadsmonitor, die in het voorjaar 2018 verschijnt, is die visie geactualiseerd. De geactualiseerde visie is gevalideerd door de steden en de minister van Stedenbeleid.

De vernieuwde visie vertrekt –zoals de oorspronkelijke visie- vanuit de duurzaamheidsprincipes, omdat deze ook vandaag nog actueel zijn en past de begrippen ‘duurzaamheid’ en ‘leefbaarheid’ toe op alle belangrijke activiteiten in de stad. De visie beschrijft per duurzaamheidsprincipe wat zou moeten gebeuren of aanwezig zijn in een duurzame en leefbare stad en dit over alle verschillende activiteitendomeinen heen.   

Om dit alles goed te duiden, bestaat de visie uit 2 delen: het eerste deel bevat een beschrijving van de vijf duurzaamheidsprincipes: het economische, het sociale, het fysiek-ruimtelijke, het ecologische en het institutionele principe. Het tweede deel beschrijft per duurzaamheidsprincipe de richting waarin leefbare en duurzame steden dienen te evolueren. De meeste van deze intenties en bekommernissen hebben betrekking op heel wat activiteiten binnen een stad. Daarbij is telkens aandacht gegeven aan kwalitatieve en kwantitatieve aspecten, de veelheid aan dimensies, de diverse schaalniveaus en de bijzondere doelgroepen die beoogd worden. 

De visie vormt de basis voor de keuze van de indicatoren. Deze indicatoren laten toe na te gaan of de steden in de gewenste richting evolueren.

Van visie naar indicatoren

De vernieuwde visie bestaat uit 36 intenties en bekommernissen. Eerst is nagegaan welke indicatoren van de vorige editie nuttig bleven om deze intenties of bekommernissen te meten. Vervolgens is gezocht naar bijkomende indicatoren om leemtes op te vullen. De selectie van de indicatoren is gemaakt op basis van 4 criteria:

  • relevantie: de indicator dient een zeer duidelijk verband te hebben met een thema uit de visiematrix;
  • interpreteerbaarheid: enkel indicatoren, die zonder veel interpretatieprobleem de richting van meer leefbaarheid en duurzaamheid aangeven, werden opgenomen;
  • prioriteit voor indicatoren die verband houden met meerdere activiteitsdomeinen;
  • voorkeur voor indicatoren die de activiteiten raken van veel actoren in de stad gezien hun strategisch karakter.

In totaal zijn een 200-tal indicatoren geselecteerd, waarmee 25 intenties en bekommernissen opgevolgd kunnen worden. Voor elf intenties en bekommernissen zijn nog geen indicatoren beschikbaar of kunnen indicatoren nog niet gemeten worden. Dit moet nog verder uitgewerkt worden.  

Van indicatoren naar data

Om de indicatoren van data te voorzien wordt beroep gedaan op drie soorten bronnen:

  • centrale databanken beschikbaar in federale of Vlaamse instellingen;
  • decentrale data die door de steden zelf worden verzameld en bezorgd m.n.GIS-toepassingen 
  • grootschalige survey bij de inwoners van de groot- en centrumsteden.

Niet alle indicatoren konden worden ingevuld. Voor deze indicatoren worden  pistes uitgetekend om verder uit te werken.

Doel en functie

Wat de Stadsmonitor nu juist is kan worden teruggebracht tot 3 kenmerken die elkaar overlappen en beïnvloeden. Deze 3 kenmerken laten toe het doel en de functie van de Stadsmonitor duidelijk af te bakenen.

1. DE STADSMONITOR IS EEN MEET-, COMMUNICATIE- EN LEERINSTRUMENT OP STRATEGISCH NIVEAU BESTEMD VOOR ALLE BIJ DE STEDELIJKE ONTWIKKELING BETROKKEN ACTOREN.

De Stadsmonitor is een instrument op strategisch niveau. Hiermee bedoelen we dat de Stadsmonitor op een geïntegreerde manier de stedelijke leefbaarheid benadert en zich tevens richt op de toekomst. Beide elementen sluiten nauw aan bij het denkkader van duurzame ontwikkeling. Dergelijke brede focus vraagt selectief gekozen indicatoren en zo veel als mogelijk gecomprimeerde data. De aanvankelijke ambitie om met een beperkte set van indicatoren te werken is niet gehaald. Heel wat concepten kunnen moeilijk in één cijfer gevat worden. Dikwijls zijn meerdere indicatoren nodig om één concept goed in beeld te brengen.

De leereffecten van de Stadsmonitor zitten in de opbouw van een gemeenschappelijke kijk op de stad (wie ziet wat?), in de communicatie en discussie over indicatoren (wat meet wat?), in de discussie over de manier waarop trends moeten of kunnen worden gewijzigd (wat moet er gebeuren?), in de discussie over de verdeling van verantwoordelijkheden (wie moet wat doen?) en opbouw van partnerschappen (hoe kan worden samengewerkt?). De monitor is in zijn geheel een communicatie-instrument over de stad en zijn ontwikkeling, tussen stadsbestuur, bewoners, maatschappelijk middenveld, bedrijven, …

Hoewel bedoeld voor iedereen die bij de stedelijke ontwikkeling betrokken is, dient de Stadsmonitor in de eerste plaats voor beleidsdebatten op het niveau van de gemeenteraad, het college en het ambtelijke managementcomité.

2. DE STADSMONITOR IS GEEN BELEIDSEFFECTMETING OF PRESTATIEMETING, MAAR BEVAT OMGEVINGSINDICATOREN DIE MAATSCHAPPELIJK RELEVANTE EVOLUTIES TONEN.

Een monitor meet en werkt met indicatoren. Indicatoren worden gebruikt om vaak vage en complexe verschijnselen samengevat weer te geven in functie van een doel.

De Stadsmonitor bevat omgevingsindicatoren. Deze indicatoren tonen evoluties van factoren en actoren die deel uitmaken van de maatschappelijke omgeving. De Stadsmonitor is bijgevolg één van de instrumenten die de kwaliteit van de omgevingsanalyse moet verbeteren. Het maken van een omgevingsanalyse gaat meestal vooraf aan het bepalen van de beleidsvisie en de strategische doelstellingen. Dergelijke analyse moet een goede stand van zaken geven van de problemen, de potenties en de verwachte ontwikkelingen op korte, middellange en lange termijn, waarmee i.c. de stad en het stedelijke beleid rekening moeten houden. Dat geldt bijvoorbeeld voor sociale en ecologische evoluties, politieke ontwikkelingen, maatschappelijke behoeften, waardepatronen, economische conjunctuur, demografische evoluties, ... De Stadsmonitor brengt niet al deze evoluties in beeld. Hiermee wordt meteen duidelijk dat naast de Stadsmonitor ook andere gegevens noodzakelijk zijn om de omgeving in kaart te brengen (vb. contextvariabelen en meer kwalitatieve elementen).

De Stadsmonitor geeft alvast niet aan wie in welke dienst en op welk beleidsniveau gisteren wat gedaan heeft en wat die morgen moet doen. Evenmin omvat de Stadsmonitor indicatoren die de eigenlijke impact van één bepaald beleid op de omgeving nagaan. Daar dienen andere instrumenten en modellen voor.

De Stadsmonitor is dus geen evaluatie-instrument van operationele programma's van bepaalde diensten en is ook niet ontwikkeld als een instrument voor evaluatie van het beleid van het stadsbestuur. In de stedelijke omgeving zijn immers veel meer actoren actief dan het stadsbestuur (vb. bovenlokale overheden, bedrijven, het maatschappelijke middenveld, vzw's, burgers, …). De Stadsmonitor kan wel worden gezien als een evaluatie-instrument op een zeer algemeen niveau, als een evaluatie van de collectieve effecten op de maatschappelijke omgeving van alle handelingen en inspanningen van de verschillende publieke en private actoren. Een nuancering is hier wel nodig: het is mogelijk dat een stadsbestuur (of een andere actor) zelf vindt dat bepaalde elementen van de Stadsmonitor als rechtstreekse effectmeting van de eigen beleidsinspanningen kunnen worden ingebouwd. Sommige aspecten van de monitor staan immers directer in verband met taken en bevoegdheden van één actor dan andere.

3. DE STADSMONITOR HEEFT ALS DOEL HET STRATEGISCHE BELEID VAN ALLE RELEVANTE ACTOREN EN VAN HET STADSBESTUUR IN HET BIJZONDER BETER TE ONDERBOUWEN DOOR HET GEVEN VAN EEN INPUT VOOR PLANNING EN BELEIDSPROGRAMMA'S.

De monitor moet het strategische beleidsproces van alle actoren voeden. In dit project staan vooral de ambities van het stadsbestuur (in onderstaand schema wordt het stadsbestuur met A1 aangeduid) centraal, maar de Stadsmonitor kan dus evengoed voeding of input geven aan strategische debatten op Vlaams niveau, in bedrijven en scholen in de stad, het maatschappelijke middenveld, gesubsidieerde diensten, etc. (zie A2, A3, A4, … in onderstaande figuur).

Grafiek stedelijke omgeving

De figuur laat zien dat het stadsbestuur deel uitmaakt van de stad als leefgemeenschap, het geheel van alle actoren die in of ten aanzien van de stad actief zijn.

Vandaar de keuze om enkel omgevingsindicatoren in de Stadsmonitor op te nemen die de complexe maatschappelijke stedelijke omgeving inzichtelijk maken (zie boven).

Zoals al vermeld hebben de stadsbesturen in dat proces een bijzondere rol: ze zijn gelegitimeerd voor het algemene belang van vorige, huidige en toekomstige generaties in de stad. Ze hebben dan ook een bijzondere verantwoordelijkheid in de regie van de inspanningen van de overheidsactoren en van maatschappelijke actoren. Uiteraard is de Stadsmonitor voor de stadsbesturen zelf ook een richtinggevend instrument om de eigen taken en bevoegdheden bij te sturen.