Netto groei van ondernemingen met/zonder personeel

De netto-groei van de ondernemingen (%) wordt berekend als het verschil tussen het aantal startende en stopgezette ondernemingen al dan niet met personeel in jaar T tegenover het totaal aantal ondernemingen al dan niet met personeel op 1 januari van het jaar T.

Netto groei van ondernemingen met/zonder personeel: Tabel
Netto groei van ondernemingen met/zonder personeel: Grafiek
Toelichting

 Een breed en bloeiend ondernemingsweefsel vormt de basis voor welvaarts- en jobcreatie. Aangroei van ondernemingen is daar een element van.

Voor alle ondernemingen – met of zonder personeel – waren er in de loop van 2012 gemiddeld over de 13 steden netto 2,8 ondernemingen bijgekomen per 100 bestaande ondernemingen. Leuven en Hasselt spannen de kroon (+4,3% en +3,3%). Er is geen enkele stad met een netto-verlies van ondernemingen. De netto-groeiratio was met +1% à +2% het laagst in Oostende, Roeselare, Aalst en Turnhout. De indicator ligt stelselmatig lager in heel het Vlaamse Gewest (+2,4% in 2012). De netto-groeiratio bleef doorheen de beschouwde jaren vrij constant in de 13 steden.

Ook voor ondernemingen met personeel was de netto-groeiratio positief in 2012 (+2,3%). Hier is de indicator het grootst in Antwerpen en Genk (+2,9% en +2,8%). De laagste waarde wordt genoteerd in Roeselare (+1,0%), maar ook Sint-Niklaas, Aalst en Gent zitten duidelijk onder het gemiddelde van de 13 steden. Ook hier ligt de ratio voor heel het Vlaamse Gewest (+1,7% in 2012) structureel onder deze voor de 13 steden. Sinds 2006 is de netto-groeiratio bij de ondernemingen met personeel in de 13 steden vrij constant gebleven.

De netto-groeiratio van ondernemingen houdt verband met de overlevingsgraad. Ruimer beschouwd is ook de creatie van jobs (jobratio) deels afhankelijk van bijkomende ondernemingen. De indicator dient ook samen bekeken te worden met ‘Economische specialisatie’ en ‘Geproduceerde welvaart’.