Leeftijdskloof in de werkzaamheid: 50-plussers

De (leeftijds)kloof (in procentpunten) op vlak van werkzaamheid wordt berekend als het verschil tussen de werkzaamheidsgraad van de 20-49-jarigen enerzijds en van de 50-64-jarigen anderzijds.

Leeftijdskloof in de werkzaamheid: 50-plussers: Tabel
Leeftijdskloof in de werkzaamheid: 50-plussers: Grafiek
Toelichting

Ondernemingen en overheid werken actief samen om alle lagen van de stedelijke arbeidsreserve te integreren op de arbeidsmarkt. In steden wordt ondernemerschap gecultiveerd in alle lagen van de bevolking, er is een positieve en gedifferentieerde beeldvorming over ondernemen en werken. Drempels bij kansengroepen worden weggewerkt. Op de stedelijke arbeidsmarkt wordt geen enkele bevolkingsgroep uitgesloten; ook de 50-plussers niet. De evenredige arbeidsdeelname kan worden gemeten aan de hand van de werkzaamheidsgraad van een kansengroep (hier de 50-plussers) die wordt vergeleken met de werkzaamheidsgraad van een referentiegroep (hier de 20-49-jarigen). De (leeftijds)kloof inzake werkzaamheid, geeft inzicht in de mate waarin werkende 50-plussers (hetzij als zelfstandige, hetzij als werknemer) aan de slag zijn en er in slagen om in een evenredige vertegenwoordiging actief deel te nemen aan het economische leven.

Hoe kleiner de kloof, hoe kleiner het verschil in arbeidsmarktparticipatie tussen de 20-49-jarigen en de 50-64-jarigen. Een positieve kloof geeft aan dat de werkzaamheidsgraad bij de 20-49-jarigen hoger ligt dan bij de 50-64-jarigen.

Anno 2012 is het verschil in arbeidsdeelname tussen de 20-49-jarigen en de 50-64-jarigen het grootst in Roeselare, Oostende en Genk. De kleinste leeftijdskloof op vlak van werkzaamheid wordt opgetekend in Leuven (5,9 procentpunten).

In elk van de 13 steden is de werkzaamheidskloof tussen de 20-49-jarigen en de 50-64-jarigen bij de vrouwen steeds groter dan bij de mannen in 2012. De breedste kloof tussen beide vrouwelijke leeftijdsgroepen gaapt er in Roeselare (27,7 procentpunten); het kleinste verschil wordt opgetekend in Leuven (8,3 procentpunten). Bij de mannen wordt de grootste afstand in werkzaamheid genoteerd in Genk (19,6 procentpunten) en de kleinste in Leuven (3,3 procentpunten).

Tussen 2006 en 2012 is de werkzaamheidsgraad bij de 20-49-jarigen in alle steden gedaald. Bij de 50-plussers gebeurde net het omgekeerde; hun werkzaamheid groeide overal in de betrokken periode. Het gevolg is dat de werkzaamheidskloof tussen beide leeftijdsgroepen in alle groot- en centrumsteden gekrompen is. In 2006 kwam de leeftijdskloof op 24,7 procentpunten in het totaal van de 13 steden; in 2012 bedraagt het verschil nog 16,1 procentpunten.

Deze indicator leest men best samen met andere indicatoren die bijkomende informatie geven over de vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt, zoals ’Netto-jobcreatie‘, ‘Jobratio‘, ’Langdurige werkloosheid‘, ’Werkloosheidsgraad personen van buitenlandse herkomst‘, ’Werkloosheid van laaggeschoolden‘, enzovoort.