Lagere scholen in de wijk

Aandeel (%) kinderen (2-5 jaar, 2-11 jaar en 6-11 jaar) dat woont binnen een straal van 400 meter van een lagere school.

Lagere scholen in de wijk: Tabel
Lagere scholen in de wijk: Grafiek
Toelichting

De spreiding van de lagere scholen in de wijk zegt vooral iets over de kwaliteit van de dagelijkse woon- en leefomgeving in de stad. In een leefbare en duurzame stad wordt deze woon- en leefomgeving uitgebouwd rekening houdend met de behoeften van wijkbewoners en wijkgebruikers. De verschillende voorzieningen in de wijk (op het vlak van onderwijs) vervullen verschillende belangrijke functies in de stad: 1) ze dragen bij aan de kwaliteit van de woon- en werkomgeving, 2) ze bevorderen de sociale verwevenheid in de wijk, waardoor de deelname aan het maatschappelijk leven van alle wijkbewoners mogelijk wordt versterkt en 3) ze bevorderen de verwevenheid van functies in de buurt.

Het aandeel kinderen dat in 2014 op loopafstand van een lagere school woont verschilt sterk tussen de centrumsteden. Enkel in Mechelen (69%), Antwerpen (66,2%), Oostende (53,0%) en Turnhout (50,5%) woont meer dan de helft van de 2-11-jarigen in de buurt van een lagere school. In de overige centrumsteden schommelt het aandeel tussen 30% en 50%. In Aalst, Genk en Leuven kent men de laagste aandelen.

Het aandeel 2-5-jarigen en het aandeel 6-11-jarigen dat in de nabijheid van een lagere school woont schommelt rond hetzelfde percentage als het aandeel 2-11-jarigen. In zo goed als alle centrumsteden is het aandeel 2-5-jarigen iets groter dan het aandeel 2-11-jarigen en het aandeel 6-11-jarigen iets kleiner.

Deze indicator leest men best samen met andere indicatoren over buurtvoorzieningen zoals ’Speelruimte in de wijk‘, ’Open jeugdruimte in de wijk‘, ‘Overdekte jeugdruimte in de buurt’, ’Winkelvoor­zieningen in de wijk‘ en ’Basismobiliteit in de wijk‘.