Intensiteit van contacten

Aandeel (%) van de inwoners dat minstens wekelijks contact heeft met niet-inwonende familie, vrienden/kennissen of buren.

Intensiteit van contacten: Tabel
Intensiteit van contacten: Grafiek
Toelichting

Naast formele sociale contacten kunnen ook informele sociale contacten bijdragen tot sociale cohesie in de stad.

In 2014 heeft de helft van de stadsbewoners minstens wekelijks contact met niet-inwonende familieleden, vrienden/kennissen of buren. De verschillen tussen de steden blijven relatief beperkt. Op Oostende en Genk na, hebben 46% tot 57% van de inwoners regelmatig informele sociale contacten. Genk scoort het hoogst. In Oostende valt het aandeel personen met wekelijkse contacten terug tot 4 op de 10 inwoners. In Antwerpen en Brugge heeft minder dan de helft van de bevolking wekelijks informele contacten.

De contacten met niet-inwonende familieleden scoren overal het hoogst, op Gent na. Daarna volgen de contacten met vrienden en kennissen. Het contact met de buren ligt overal het laagst. In Leuven, Gent en Antwerpen is er weinig tot geen verschil in het aandeel personen met regelmatige contacten met familie en deze met regelmatige contacten met vrienden/kennissen. De hoge score van Genk op de samengestelde variabele (zie tabel) komt naar voor zowel bij contacten met familie, vrienden als met buren (zie grafiek).

Als gekeken wordt naar de samengestelde varia­bele (contacten met familie, vrienden/kennissen of buren), is er een duidelijk verschil naar geslacht: vrouwen hebben vaker wekelijkse informele contacten dan mannen. Ook naar leeftijd is er een verschil: jongeren scoren beduidend hoger dan ouderen. Opleiding en nationaliteit zorgen niet direct voor significante verschillen.

Deze indicator kan best samen gelezen worden met de verschillende participatie-indicatoren (o.a. ‘Participatie in het verenigingsleven’) en de indicator ‘Tevredenheid over het contact in de buurt’ en ‘Sociale integratie in de buurt’.