Houding tegenover diversiteit

Aandeel (%) van de inwoners dat positief staat tegenover diversiteit.

Houding tegenover diversiteit: Tabel
Houding tegenover diversiteit: Grafiek
Toelichting

In een leefbare en duurzame stad leven de burgers ondanks hun onderlinge verschillen met elkaar samen en wordt het burgerschap gedeeld. Een belangrijke voorwaarde daarbij is dat er op een open en positieve manier omgegaan wordt met diversiteit.

Volgens de samengestelde variabele staat in 2014 bijna de helft van de inwoners van de 13 steden positief tegenover diversiteit. Het verschil tussen de steden is echter groot. De inwoners van Leuven zijn het meest positief. Daarna volgen de inwoners van Genk en de grootsteden Gent en Antwerpen. In Aalst is de houding het minst positief, gevolgd door Roeselare, Oostende en Sint-Niklaas.

Tussen 2011 en 2014 is de houding tegenover diversiteit globaal gezien positiever geworden, al is dat niet in alle steden het geval. In Antwerpen, Gent, Genk, Kortrijk, Leuven en Mechelen is sprake van een significante toename tegenover 2011 van het aandeel inwoners met een positieve houding tegenover diversiteit. In geen enkele stad is de houding tegenover 2011 negatiever geworden.

In de samengestelde variabele wordt de grens voor een positieve houding tegenover diversiteit vrij arbitrair op minstens drie van de vijf stellingen gelegd. Als de grens gelegd wordt op vijf van de vijf stellingen, blijft in 2014 min of meer dezelfde volgorde gelden. Leuven scoort het hoogst, gevolgd door Gent, Mechelen en Antwerpen. Dezelfde steden scoren ook het laagst: Aalst, Oostende, Sint-Niklaas en Roeselare.

18% van de inwoners van de centrumsteden spreekt zich op alle stellingen positief uit over diversiteit. Daartegenover staat een groep van 20% die zich op geen enkele stelling positief uitspreekt en dus zeer negatief staat tegenover diversiteit.

Naar geslacht is er geen verschil op de samengestelde variabele. Naar leeftijd is dat er wel: oudere respondenten nemen minder vaak een positieve houding aan dan jongere respondenten. Ook opleiding speelt een belangrijke rol: hoger opgeleiden zijn positiever. Het is ten slotte zo dat niet-Belgen positiever staan tegenover diversiteit dan Belgen.

Men leest deze indicator best samen met andere indicatoren zoals ‘Vertrouwen in de medemens’, ‘Diversiteit stadspersoneel naar herkomst’, ‘Sociale integratie in de buurt’, ‘Intensiteit van contacten’ en ‘Tevredenheid over het contact in de buurt’.

Aandachtspunten

Voor meer uitleg over de survey Stadsmonitor en de interpretatie van de resultaten: zie leeswijzer survey.

De vijf stellingen vertonen voldoende interne samenhang zodat zij samengebracht kunnen worden tot één samengestelde variabele (Cronbach’s alpha = 0,7).

De groep respondenten die antwoordt met ‘niet eens, niet oneens’ is bij elk van de stellingen vrij groot en varieert van 28,4% bij stelling 3 tot 34,3% bij stelling 4.