Voorschoolse kinderopvang: Gezinsfocus

1) Aantal plaatsen voorschoolse kinderopvang per 100 kinderen van 0 tot 3 jaar.

2) Aandeel (%) van de huishoudens met/zonder inwonende kinderen dat tevreden is over het aanbod aan kinderopvang in de eigen buurt.

3) Spreiding van het aanbod van de voorschoolse kinderopvang in de stad ten opzichte van het aanbod in de stadsrand.

Voorschoolse kinderopvang: Gezinsfocus: Tabel
Voorschoolse kinderopvang: Gezinsfocus: Grafiek 2
Voorschoolse kinderopvang: Gezinsfocus: Grafiek 1
Toelichting

In een leefbare en duurzame stad sluit het aanbod aan kinderopvang zoveel mogelijk aan op de vraag. Om een hoge tevredenheid bij gebruikers te garanderen, moet het aanbod aan kinderopvang aangepast zijn aan de diversiteit van doelgroepen, moeten de voorzieningen toegankelijk en gemakkelijk bereikbaar zijn en moet de opvang voor iedereen financieel haalbaar zijn. De indicator over de regionale spreiding van voorschoolse kinderopvang informeert vooral over de kansen van de inwoners om in de directe woonomgeving van de stad en de stadsrand over voorschoolse kinderopvangplaatsen te beschikken. Het evenwicht tussen de stad en de stadsrand komt in beeld. Door een evenredige spreiding van voorschoolse kinderopvang over de stad en de stadsrand worden inwoners niet uitgesloten van deze basisvoorziening.

Deze indicatoren kunnen samen gelezen worden met ‘betalingsmoeilijkheden voor kinderopvang’ en ‘mantelzorg voor de opvang van kleine kinderen’.

De 13 centrumsteden hebben in 2013 gemiddeld 37 opvangplaatsen voorschoolse kinderopvang per 100 kinderen van 0 tot 3 jaar. Nemen we de doelstelling van Vlaanderen om tegen 2020 voor de helft van de kinderen opvangplaatsen aan te bieden als norm, dan zien we dat de meeste steden deze norm nog niet halen. Enkel Brugge, Roeselare, Leuven en Hasselt tellen meer dan 50 voorschoolse opvangplaatsen per 100 baby’s en peuters. In Antwerpen en Genk ligt het aanbod rond de 25 plaatsen per 100 0-3 jarigen. Over de tijd bekeken neemt de capaciteit van de voorschoolse kinderopvang in de 13 centrumsteden toe. Enkel in Sint-Niklaas en Leuven is er een afname ten opzichte van 2009.

Voor de 13 steden is iets meer dan de helft van de huishoudens met inwonende kinderen tevreden over het aanbod aan kinderopvang in de buurt. Het aandeel tevreden huishoudens met inwonende kinderen is het hoogst in Brugge (65,4%), Hasselt (65,1%) en Kortrijk (61,4%). In deze drie steden is er eveneens een hoger aanbod aan voorschoolse kinderopvang dan gemiddeld in de 13 steden. Ook in Leuven is het aanbod aan voorschoolse kinderopvang hoger dan gemiddeld in de 13 steden, maar de tevredenheid is er laag. Slechts 45% van de huishoudens met inwonende kinderen is er tevreden over het aanbod aan kinderopvang in de buurt.

Huishoudens met inwonende kinderen zijn gemiddeld genomen meer tevreden over het aanbod aan kinderopvang in de buurt dan huishoudens zonder inwonende kinderen. Dit geldt ook voor Antwerpen, Brugge en Oostende.

De regionale spreiding zegt iets over de spreiding van de voorschoolse kinderopvang in de stad ten opzichte van de stadsrand. Gemiddeld genomen zijn er iets meer plaatsen in de voorschoolse kinderopvang per kind in de stadsrand dan in de steden (de gemiddelde regionale spreiding is kleiner dan 1). De meeste steden situeren zich rond dit gemiddelde. Toch is er een groot verschil tussen de steden. In Hasselt, Leuven en Brugge is het aanbod minstens 1,3 keer zo groot in de stad als in de stadsrand. In Antwerpen is het aanbod in de stad iets meer dan de helft (0,58) van het aanbod in de stadsrand.

In de periode 2009 tot 2013 is er een lichte trend naar een uitbreiding van het aanbod in de steden ten opzichte van de stadsrand, maar de kinderopvang blijft sterker uitgebouwd in de stadsrand.