Speelruimte en jeugdruimte in de wijk: Gezinsfocus

Aandeel (%) inwoners (totale bevolking en 0-11 jaar) dat binnen 400m loopafstand van speelruimte woont, aandeel (%) jongeren (12-18 jaar) dat binnen 1.000m loopafstand van een overdekte jeugdruimte woont en aandeel (%) jongeren (12-18 jaar) dat binnen 1.000m loopafstand van open jeugdruimte woont.

Speelruimte en jeugdruimte in de wijk: Gezinsfocus: Tabel
Speelruimte en jeugdruimte in de wijk: Gezinsfocus: Grafiek
Toelichting

De aanwezigheid van speel- en jeugdruimte in de wijk zegt vooral iets over de kwaliteit van de dagelijkse woon- en leefomgeving in de stad. In een leefbare en duurzame stad wordt deze woon- en leefomgeving uitgebouwd rekening houdende met de behoeften van wijkbewoners en wijkgebruikers. De verschillende voorzieningen in de wijk vervullen verschillende belangrijke functies in de stad: 1) ze dragen bij aan de kwaliteit van de woon- en leefomgeving, 2) ze bevorderen de sociale verwevenheid in de wijk, waardoor mogelijks de deelname aan het maatschappelijk leven van alle wijkbewoners wordt versterkt en 3) ze bevorderen de verwevenheid van functies in de buurt.

Het aandeel jongeren dat in de nabijheid van open of overdekte jeugdruimte woont, is in alle steden groter dan het aandeel inwoners of kinderen dat in de nabijheid van speelruimte woont. De afstand bij de indicatoren ‘open en overdekte jeugdruimte’ (1.000m) wordt ook ruimer genomen dan de afstand tot de speelruimte (400m). Enkel in Aalst en Oostende is het aandeel jongeren dat in de nabijheid van een open jeugdruimte woont kleiner dan het aandeel kinderen of inwoners dat in de nabijheid van speelruimte woont. Aalst en Oostende scoren voor deze indicator ook beduidend lager dan de andere steden. In de overige centrumsteden is het aandeel jongeren dat in de nabijheid van open jeugdruimte woont groter dan 75%, met uitschieters Turnhout, Gent, Mechelen en Hasselt (>90%). Het aandeel jongeren dat in de nabijheid van overdekte jeugdruimte woont schommelt minder sterk. In de meerderheid van de steden is dit aandeel groter dan 70%, met als uitschieter Antwerpen (99,2%).

Het aandeel kinderen dat binnen loopstand van speelruimte woont is in alle steden, behalve in Hasselt, Kortrijk en Oostende, een aantal procentpunten groter dan het totaal aandeel inwoners. Het aandeel voor deze indicator is beduidend groter in Antwerpen en Turnhout (>80%) dan in de overige centrumsteden. In Aalst woont minder dan 3 op de 10 inwoners en kinderen in de nabijheid van een speelruimte.