Schoolse vertraging: Gezinsfocus

Aandeel (%) van de leerlingen met schoolse vertraging in het vierde leerjaar van het gewoon lager onderwijs.

Aandeel (%) van de leerlingen met schoolse vertraging in het eerste jaar van de tweede graad van het algemeen secundair onderwijs (ASO), het technisch secundair onderwijs (TSO), het beroepssecundair onderwijs (BSO) of het kunstsecundair onderwijs (KSO).

Schoolse vertraging: Gezinsfocus: Tabel
Schoolse vertraging: Gezinsfocus: Grafiek
Toelichting

Schoolse vertraging is een schoolloopbaankenmerk dat wijst op een hoger risico om de schoolcarrière niet te voltooien en om een lagere eindkwalificatie te bereiken. In een leefbare en duurzame stad biedt het onderwijs, dat voldoende gedifferentieerd en territoriaal uitgebouwd is, gelijke kansen aan kinderen en jongeren. Scholen kennen en gaan actief aan de slag met de achtergrond van kinderen om problemen die een invloed hebben op de schoolcarrière te detecteren en te remediëren. Dit zorgt er voor dat alle jongeren een kwalificatie behalen, die toegang verleent tot de arbeidsmarkt en/of het hoger onderwijs en die de doorstroming naar de arbeidsmarkt en/of het hoger onderwijs faciliteert. Deze indicatoren kan men dan ook samen lezen met ‘spijbelgedrag’ en ‘risicofactoren arbeidsloopbaan’.

Voor het schooljaar 2013-2014 is de schoolse vertraging voor de 13 steden samen het laagst in het algemeen secundair onderwijs (14,6%), gevolgd door het lager onderwijs (23,7%), het kunstsecundair onderwijs (39,9%) en het technisch secundair onderwijs (42,9%). De hoogste cijfers voor schoolse vertraging zijn terug te vinden in het beroepssecundair onderwijs waar 66,7% van de leerlingen in het eerste jaar van de tweede graad een schoolse vertraging heeft. De schoolse vertraging is hier meer dan 4 keer hoger dan in het algemeen secundair onderwijs.

Het hoogste aandeel leerlingen met schoolse vertraging voor het lager onderwijs en voor de 4 onderwijsrichtingen voor het secundair onderwijs voor het schooljaar 2013-2014 vindt men terug in Antwerpen, Gent en in Mechelen. In Genk ligt het aandeel leerlingen met schoolse vertraging ook voor 4 van de 5 onderwijstypes hoger dan gemiddeld in de 13 centrumsteden: voor kunstonderwijs geldt dat niet. Het laagste aandeel leerlingen met schoolse vertraging in het lager en in het kunstsecundair onderwijs vindt men in Leuven en in Hasselt. In de overige types van het secundair onderwijs zijn deze aandelen het laagst in Roeselare en in Sint-Niklaas.

In Kortrijk (60,0%), Gent (52,8%) en Aalst (48,5%) zijn er hoge cijfers voor schoolse vertraging in het kunstsecundair onderwijs.

In het schooljaar 2013-2014 is het aandeel leerlingen met schoolse vertraging zowel voor het lager onderwijs, het algemeen secundair onderwijs, het technisch secundair onderwijs als het beroepssecundair onderwijs hoger in de 13 centrumsteden dan in het Vlaamse Gewest. Voor het kunstsecundair onderwijs is de waarde in de 13 centrumsteden (40%) ongeveer gelijk als deze voor het Vlaamse Gewest (38%). De instellingen voor KSO zijn dan ook sterk geconcentreerd in de centrumsteden.

Gemiddeld genomen blijft het aandeel leerlingen met schoolse vertraging stabiel voor het lager onderwijs, het algemeen secundair onderwijs, het technisch secundair onderwijs en het beroepssecundair onderwijs tussen de periode 2007-2008 (2008-2009 voor het lager onderwijs) en 2013-2014. Toch zijn er sterke stijgingen en dalingen bij individuele steden. Voor het technisch secundair onderwijs is er een toename in Oostende, Genk en Sint-Niklaas. Mechelen en Roeselare kennen de sterkste daling (zie Stadsmonitor 2014, hoofdstuk Leren en 0nderwijs). Voor het beroepssecundair onderwijs is er een sterke stijging in Roeselare, Sint-Niklaas en Turnhout, in Antwerpen vond een duidelijke daling plaats.

Opmerkelijk is het feit dat bij leerlingen die wonen in de centrumstad de kans op schoolse vertraging beduidend hoger is dan bij leerlingen die er niet wonen, al gaan ze in dezelfde stad naar school. In Antwerpse scholen hebben leerlingen met domicilie in de stad bijvoorbeeld 64% kans op schoolse vertraging in het technisch secundair onderwijs, diegenen die buiten de stad wonen 43%. Dit geldt niet zo voor elke centrumstad. In Hasselt geldt dit bijvoorbeeld niet voor het ASO, Genk is een uitzondering in het TSO, Turnhout in het BSO en Kortrijk, Sint-Niklaas en Turnhout in het KSO.