Risicofactoren arbeidsloopbaan: Gezinsfocus

1) Aandeel (%) 17- tot 22-jarigen dat in een bepaald jaar zonder kwalificatie uitstroomt uit het secundair onderwijs, tegenover het totaal aantal 17- tot 22-jarigen dat in dat jaar uit het secundair onderwijs uitstroomt (met of zonder kwalificatie).

2) Aandeel (%) leerlingen van het voltijds secundair en het deeltijds beroepssecundair onderwijs wiens thuistaal niet het Nederlands is.

3) Verhouding (%) tussen het aantal niet-werkende werkzoekenden (-25 jaar) en de beroepsbevolking (-25 jaar).

Risicofactoren arbeidsloopbaan: Gezinsfocus: Tabel
Risicofactoren arbeidsloopbaan: Gezinsfocus: Grafiek
Toelichting

Ongekwalificeerde uitstroom uit het secundair onderwijs, participatie in het secundair onderwijs op basis van thuistaal en de werkloosheid bij jongeren, zijn drie indicatoren die wijzen op een verhoogd risico op een moeilijke arbeidsloopbaan en op een maatschappelijk zwakkere positie als volwassene. In een leefbare en duurzame stad biedt het onderwijs, dat voldoende gedifferentieerd en territoriaal uitgebouwd is, gelijke kansen aan kinderen en jongeren. Dit zorgt ervoor dat alle jongeren een kwalificatie behalen, die toegang verleent tot de arbeidsmarkt en/of het hoger onderwijs en die de doorstroming naar de arbeidsmarkt en/of het hoger onderwijs faciliteert. Deze indicator kan men dan ook samen lezen met ‘schoolse vertraging’ en ‘spijbelgedrag’.

In de 13 steden hebben in 2010 gemiddeld 18% van de leerlingen, die les volgden in een school met vestigingsplaats binnen de stad, het secundair onderwijs zonder kwalificatie verlaten. Wanneer we de leerlingen bekijken die in de centrumsteden wonen, loopt dit cijfer op tot 21%.

In het schooljaar 2012-2013 spreken in de 13 steden samen 14,3% van de leerlingen in het voltijds secundair onderwijs thuis geen Nederlands. In het deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO) ligt de waarde op 25,2%. Deze aandelen zijn hoger dan in het Vlaamse Gewest, waar de percentages respectievelijk 10,0% en 22,1% bedragen.

De werkloosheidsgraad bij jongeren varieert in 2013 van 16,6% in Roeselare tot 27,9% in Antwerpen. 10 van de 13 steden hebben een werkloosheidsgraad die hoger ligt dan het Vlaamse gemiddelde (17,7%).

Hoge waarden voor een ongekwalificeerde uitstroom uit het secundair onderwijs en voor participatie aan het secundair onderwijs op basis van thuistaal dat niet het Nederlands is, vinden we in de grootsteden Antwerpen en Gent. Maar ook Mechelen en Genk hebben hoge cijfers. In Roeselare, Brugge, Kortrijk en Aalst geldt het omgekeerde.

De jongerenwerkloosheid is het hoogst in de steden die hoge aandelen kennen voor ongekwalificeerde uitstroom en voor het aandeel leerlingen die thuis geen Nederlands praten. Dit geldt met name voor de grootsteden Antwerpen en Gent en de centrumsteden Mechelen en Genk. Maar ook Oostende, Hasselt en Turnhout kennen een hoge jongerenwerkloosheid. De laagste werkloosheidsgraad bij jongeren wordt opgetekend in Roeselare, Kortrijk en Brugge. Roeselare en Brugge scoorden ook voor de overige risicofactoren het laagst.