Lagere scholen en voorschoolse kinderopvang in de wijk: Gezinsfocus

Aandeel (%) kinderen (2-5 jaar, 2-11 jaar en 6-11 jaar) dat woont binnen een straal van 400 meter van een lagere school en aandeel (%) inwoners (totale bevolking en 0-3-jarigen) dat woont binnen 1.000m loopafstand van een voorziening voor voorschoolse kinderopvang.

Lagere scholen en voorschoolse kinderopvang in de wijk: Gezinsfocus: Tabel
Lagere scholen en voorschoolse kinderopvang in de wijk: Gezinsfocus: Grafiek
Toelichting

De spreiding van de lagere scholen en de voorschoolse kinderopvang in de wijk zegt vooral iets over de kwaliteit van de dagelijkse woon- en leefomgeving in de stad. In een leefbare en duurzame stad wordt deze woon- en leefomgeving uitgebouwd rekening houdend met de behoeften van wijkbewoners en wijkgebruikers. De verschillende voorzieningen in de wijk vervullen verschillende belangrijke functies in de stad: 1) ze dragen bij tot de kwaliteit van de woon- en werkomgeving, 2) ze bevorderen de sociale verwevenheid in de wijk, waardoor mogelijks de deelname aan het maatschappelijk leven van alle wijkbewoners wordt versterkt en 3) ze bevorderen de verwevenheid van functies in de buurt.

Het aandeel inwoners en kinderen dat in de nabijheid van voorschoolse kinderopvang woont is in alle centrumsteden beduidend groter dan het aandeel kinderen dat in de nabijheid van een lagere school woont. De afstand bij de indicator ‘voorschoolse kinderopvang’ (1.000m) wordt ook ruimer genomen dan de afstand tot een lagere school (400m).

In de meeste steden is het aandeel inwoners en kinderen dat in de nabijheid woont van voorschoolse kinderopvang zeer groot (>90%). In Kortrijk (73%), Genk (82%) en Hasselt (89%) woont een kleiner aandeel van de 0- tot 3-jarigen in de buurt van een voorschoolse opvang.

Enkel in Mechelen, Antwerpen en Oostende woont meer dan de helft van de kinderen (alle leeftijdscategorieën) op loopafstand van een lagere school. De laagste aandelen schommelen voor deze indicator rond 35% in Aalst, Genk en Leuven. In zo goed als alle centrumsteden is het aandeel 2-5-jarigen iets groter dan het aandeel 2-11-jarigen en het aandeel 6-11-jarigen iets kleiner.