Kansarmoede bij kinderen: Gezinsfocus

1) Aandeel (%) geboorten in een kansarm gezin.

2) Aandeel (%) personen van 0 tot 17 jaar dat leeft in een tweeoudergezin waar beide ouders niet werken of in een eenoudergezin waar de enige ouder niet werkt.

3) Onderwijskansarmoede-index in het lager onderwijs naar woonplaats.

Kansarmoede bij kinderen: Gezinsfocus: Tabel
Kansarmoede bij kinderen: Gezinsfocus: Grafiek
Toelichting

In een leefbare en duurzame stad probeert men de armoede en sociale uitsluiting zoveel mogelijk uit te bannen, met bijzondere aandacht voor kinderen die opgroeien in armoede. Armoede uit zich niet alleen op financieel vlak, maar gaat veelal gepaard met uitsluiting en achterstelling op tal van andere maatschappelijke domeinen zoals tewerkstelling, huisvesting en gezondheid.

Begin 2013 leefde 17% van de kinderen in de 13 steden in een gezin zonder betaald werk en vond één op vijf geboorten plaats in een kansarm gezin. De onderwijskansarmoedeindicator (OKI) bedroeg 1,48 voor het totaal van de 13 steden. Deze cijfers zijn bijna dubbel zo hoog als in het Vlaamse Gewest.

De hoogste waarden voor zowel geboorten in een kansarm gezin, gezinnen waar niemand werkt als de onderwijskansarmoede-index vinden we in Antwerpen. Maar ook in Oostende en Genk zijn er hoge waarden. In Brugge ligt de kansarmoede bij kinderen het laagst en ook lager dan het Vlaamse gemiddelde. Aalst, Hasselt, Roeselare, Sint-Niklaas, Leuven en Kortrijk scoren onder het gemiddelde van de 13 centrumsteden voor de drie indicatoren. Mechelen kent een lager dan gemiddeld aandeel kinderen geboren in een kansarm gezin en een lager dan gemiddeld aandeel kinderen in een gezin zonder betaald werk, maar kent een hoge onderwijskansarmoede-index.

In de 13 centrumsteden is tussen 2010 en 2013 het aandeel kinderen geboren in een kansarm gezin duidelijk gestegen van 16% naar 20%. De sterkste relatieve stijgingen doen zich voor in Kortrijk, Oostende, Roeselare en Sint-Niklaas. In Mechelen en Leuven is er een lichte daling.

Het aandeel kinderen in een gezin zonder betaald werk blijft constant voor de 13 centrumsteden tussen 2010 en 2013. In Sint-Niklaas is er wel een toename van ongeveer 2 procentpunten, terwijl Gent, Genk en Mechelen een afname kennen van 2 procentpunten. Het aandeel kinderen in een gezin zonder betaald werk verschilt in de 13 steden wel sterk naar huishoudtype. 11% van de kinderen in een tweeoudergezin leven in een gezin zonder betaald werk. Bij kinderen in een eenoudergezin ligt dat aandeel bijna 4 keer zo hoog (37%). In Genk en Antwerpen ligt het aandeel kinderen in een eenoudergezin zonder betaald werk boven de 40%.

De OKI-index lijkt relatief stabiel te blijven voor het totaal van de 13 centrumsteden.