Gezinnen in de stad

De gezins- en kindvriendelijkheid van onze centrumsteden in kaart

Het behouden en aantrekken van jonge gezinnen met kinderen in de steden blijft een belangrijke doelstelling van het Vlaamse Stedenbeleid. Beter zicht krijgen op elementen die van belang zijn voor de gezinnen om wel/niet voor de stad te kiezen, is daarbij wenselijk.

Ook de stem van kinderen en jongeren zelf kan een belangrijke bron van informatie over de leefbaarheid en de duurzaamheid van de stad opleveren. Dit ontbrak tot nu toe in de Stadsmonitor. Daarom werd er nagegaan hoe de visie, die aan de basis ligt van de Stadsmonitor, en de indicatoren deze bekommernis beter in beeld kunnen brengen.

Meer info:

Dit traject en de resultaten ervan worden uitgebreid beschreven in de extra katern ‘Gezinnen in de stad: de gezins- en kindvriendelijkheid van onze centrumsteden in kaart’.

Visietekst ‘Kinderen en Jongeren als medeburgers in een duurzame en leefbare stad’

Sven De Visscher en Didier Reynaert van de Hogeschool Gent, Vakgroep Sociaal Werk, gaven met de visietekst ‘Kinderen en Jongeren als medeburgers in een duurzame en leefbare stad’ een eerste aanzet tot aanpassing van de visiematrix. Op basis hiervan zijn voorstellen geformuleerd om een aantal intenties van de visiematrix aan te passen en nieuwe intenties toe te voegen. De voorstellen werden bediscussieerd in de stedenstuurgroep. Sommige voorstellen sneuvelden of werden aangepast, bijvoorbeeld omdat het principe reeds vervat zat in een andere intentie. Andere voorstellen van intenties werden aanvaard. Het gaat zowel om aanpassingen aan bestaande intenties als volledig nieuwe intenties. Een voorbeeld van zo’n nieuwe intentie is: ‘In de stad zijn er bespeelbare en beleefbare straten. Dit draagt bij tot ontmoeting, buurtbeleving, leefbaarheid en spel.’

Meer info:

Indicatoren

Vervolgens heeft Diederik Cops (KUL) met medewerking van Lieve Bradt en Tineke Van de Walle (UGent) van het JongerenOnderzoeksPlatform (JOP) die intenties vertaald in indicatoren. Het JOP herbekeek de indicatoren uit de Stadsmonitor en zocht naar gepaste indicatoren bij de nieuwe en herwerkte intenties uit de visiematrix. Het beoordeelde de voorgestelde indicatoren op relevantie en interpreteerbaarheid. In het proces werd de voorkeur gegeven aan indicatoren die verband houden met meerdere activiteitendomeinen. Ook hier werd de filosofie van de Stadsmonitor gevolgd. Enkel omgevingsindicatoren werden opgenomen, geen indicatoren die een beleidseffect meten. Pas achteraf werd nagegaan of voor deze indicatoren ook cijfers beschikbaar waren. Sommige indicatoren, zoals bijvoorbeeld ‘speelweefsel’ kunnen op dit moment nog niet ingevuld worden.

De Stedenstuurgroep speelde ook in deze fase een belangrijke rol. Alle aanvullingen en aanpassingen aan indicatoren werden aan de Stedenstuurgroep ter goedkeuring voorgelegd.

Het resultaat van dit proces is een set van indicatoren op basis van registraties, zoals spijbelgedrag, vrijetijdsactiviteiten, jonge verkeersslachtoffers en survey-indicatoren. Survey- indicatoren verwijzen naar de perceptie of de beleving van de stad, buurt of voorzieningen of naar het gedrag van de stadsbewoners. Een deel van de indicatoren werden reeds opgenomen bij vorige edities van de Stadsmonitor, een deel van de indicatoren zijn nieuw.

Voor de katern 'Gezinnen in de stad' werd er gekozen om de mening en beleving van respondenten met inwonende kinderen te bekijken. Hoe staan zij tegenover verschillende aspecten van de stad en buurt en verschilt hun mening van deze van de andere stadsbewoners? Hoe je deze cijfers moet lezen vind je in de leeswijzer over de survey-indicatoren.

pdf bestandGezinnen In De Stad: Overzicht indicatoren (60 kB)

pdf bestandLeeswijzer survey gezinnen in de stad (88 kB)

 

Bevraging van kinderen en jongeren

De enquêtes van de Stadsmonitor, zelfs na de aanvulling met nieuwe survey-vragen, volstaan echter niet om een accuraat beeld te krijgen van de kind- en gezinsvriendelijke stad. De stem van kinderen zelf werd immers nog niet gehoord. De enquêtes bevragen enkel de perceptie en het gedrag van volwassenen en jongeren ouder dan zestien jaar, maar niet bij de groep van min-zestienjarigen. Dat is een leemte, want kinderen en jongeren hebben veel te vertellen over de stad. Hun stem kan een waardevolle bron van informatie zijn. Te weten komen hoe kinderen hun stad ervaren, beleven en appreciëren is echter geen eenvoudige opgave. Het vereist instrumenten die aangepast zijn aan de leefwereld van kinderen.

Kind & Samenleving werkte daarom in samenwerking met de Hogeschool Gent en Mediaraven een perceptie-onderzoek uit. Dat verliep in twee fasen: een kwalitatief en kwantitatief luik. Een creatieve ‘pilootstudie’ sprak kinderen in kleine groepjes aan op hun beleving van hun buurt en de stad. Inzichten uit de pilootstudie leverden het materiaal om een digitale vragenlijst op te stellen waarmee kinderen en jongeren op veel grotere schaal over hun stad en buurt bevraagd kunnen worden. De onderzoekers testten de digitale vragenlijst in september 2014 in negen scholen in zes steden uit.

Het gehele traject is opgevolgd door een expertengroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de steden, de Vlaamse Vereniging Jeugddiensten (VVJ), Kind en Samenleving, het Kinderrechtencommissariaat, het JongerenOnderzoeksPlatform, de Gezinsbond, het European Network of Child Friendly Cities (ENCFC), het Kenniscentrum Kinderrechten (KEKI), Kind en Gezin, l’observatoire de l’enfance, de la jeunesse et de l’aide à la jeunesse en vertegenwoordigers uit de Vlaamse overheid.

Meer info:

Gezinnen in de Stad