Economische specialisatie

De verhouding van de bezoldigde werkgelegenheid in de tien belangrijkste economische bedrijfstakken in de stad tegenover de totale bezoldigde werkgelegenheid in de stad. Als dusdanig is dat ook een maat voor de concentratie van activiteiten.

Economische specialisatie: Tabel
Economische specialisatie: Grafiek
Toelichting

De indicator hoort in de visiematrix thuis onder de cluster ‘gezond economisch weefsel’. Enerzijds draagt de grotere concentratie van activiteiten bij tot het grotere voorzieningenniveau van steden (sociaal principe) en kan specialisatie in speerpunten een hefboom zijn voor de vernieuwing van het stedelijk economisch weefsel (economisch principe). Anderzijds is een grotere diversificatie een troef als één bepaalde bedrijfstak getroffen wordt door een economische malaise.

Op 31 december 2012 stonden de 10 belangrijkste economische bedrijfstakken in voor 59,0% van de totale bezoldigde tewerkstelling in de 13 steden samen. Quartaire bedrijfstakken zoals onderwijs, overheid en sociale zekerheid en menselijke gezondheidszorg zijn het belangrijkst. In tweede orde zijn dat de interimkantoren, maatschappelijke diensten, detail- en groothandel, vervoer te land en diensten in verband met gebouwen. De concentratiegraad is het hoogst in Brugge (70,5%), met openbaar bestuur als belangrijkste bedrijfstak, en Sint-Niklaas (69,3%), met onderwijs op nummer één. In de meeste steden schommelt de indicator tussen 60 en 70%. De laagste waarden worden opgetekend in Mechelen en Antwerpen. De spreiding van de bedrijfstakken is er volgens deze maatstaf dus minder geconcentreerd.

De concentratiegraad van de bedrijfstakken is in de 13 steden als geheel iets hoger dan in het Vlaamse Gewest. Eind 2012 ligt de indicator op een wat lager niveau dan drie jaar eerder, en dit quasi overal. Dit kan als ongunstig beschouwd worden (minder richting ‘speerpuntfunctie’), maar ook als gunstig (meer diversificatie van de economische structuur biedt wat meer garanties tegen een negatieve sectorschok).

De economische specialisatie heeft vooral een link met de indicator rond kennis en creativiteit, waar specialisatie in technologische bedrijfstakken als maatstaf genomen wordt. Dit is enger, maar is meer een maat voor de innovatieve economie.