Deeltijds werken

Aandeel (%) van de deeltijds loontrekkenden in verhouding tot het totaal aantal loontrekkenden (15-64 jaar) woonachtig in de stad.

Deeltijds werken: Tabel
Deeltijds werken: Grafiek
Toelichting

Steden stimuleren een aanbod aan voorzieningen die zorgen voor een evenwichtige woon-werkbalans met onder andere een goede bereikbaarheid van stedelijke locaties te voet, met de fiets en met het openbaar vervoer. De indicator over deeltijds werken geeft aan in welke mate de loontrekkende inwoners (15-64 jaar) van een stad deeltijds aan het werk zijn. Deze indicator geeft eveneens een indicatie van de mate waarin werknemers (kunnen) kiezen voor een aangepaste arbeidsvorm, en zo de mogelijkheid hebben om leven en werken beter op elkaar af te stemmen. Deeltijds werken wordt gezien als één van de meest toegepaste mogelijkheden om te komen tot een goede privé-werkbalans. Toch moet worden opgemerkt dat deeltijds werken niet altijd voor alle werknemers een vrijwillige keuze is. Deze indicator heeft eerder het karakter van een contextindicator en geeft een partieel zicht op mogelijke initiatieven om te komen tot een evenwicht in de leef- en werkbalans.

Hoe dichter het cijfer bij 100%, hoe hoger het aandeel werknemers met een deeltijds arbeidscontract in jaar t.

Circa 1 op de 3 loontrekkenden is deeltijds actief op de arbeidsmarkt over de 13 steden samen bekeken in 2012. In Brugge, Genk en Hasselt wonen de werknemers die in verhouding tot het totaal aantal loon­trekkenden het meest deeltijds aan het werk zijn. In Aalst zijn dat er het minst.

Deeltijdse arbeid blijkt een overwegend vrouwelijke aangelegenheid te zijn. Zo is anno 2012 in de 13 steden gezamenlijk ruim de helft van de vrouwelijke werknemers met een deeltijds contract aan de slag tegen 15,4% bij de mannen. Genk en Brugge hebben de hoogste aandelen vrouwelijke deeltijdse werknemers; Leuven het laagste.

Deeltijds werken is zowel in de groot- als centrumsteden tussen 2006 en 2009 toegenomen. De sterkste toename was voor Genk (+5,9 procentpunten) en Turnhout (+5,6 procentpunten); de kleinste stijging komt op rekening van Leuven (+2,6 procentpunten).

Deze indicator bekijkt men best samen met ‘Loopbaanonderbreking en tijdskrediet’, ‘Voorschoolse kinderopvang in de wijk’ en ’Tevredenheid over het aanbod aan kinderopvang in de buurt‘.