Consultatie van bewoners door het stadsbestuur

Aandeel (%) van de inwoners dat vindt dat het stadsbestuur de inwoners voldoende consulteert.

Consultatie van bewoners door het stadsbestuur: Tabel
Consultatie van bewoners door het stadsbestuur: Grafiek
Toelichting

In een leefbare en duurzame stad worden burgers en maatschappelijke actoren betrokken bij en geconsulteerd over het beleid in en van de stad. Deze indicator over consultatie sluit nauw aan bij de principes over participatie en burgerbetrokkenheid. Vaak worden 4 verschillende participatieniveaus onderscheiden: 1) informatie en het geïnformeerd zijn; 2) consultatie of raadpleging en de mogelijkheid om zijn mening te geven (of consultatieve democratie); 3) deliberatie over verschillende meningen met andere belanghebbenden (of de interactieve besluitvorming of deliberatieve democratie); 4) meebeslissen of deelnemen aan de beslissing zelf (of directe democratie). Consultatie wordt dus als een tweede trede in de participatieladder opgenomen.

Circa 30% van de stedelingen vindt dat het stads­bestuur de bevolking algemeen genomen voldoende raadpleegt. Het criterium is wel dat men het eens moet zijn met beide stellingen zowel wat inspanningen betreft om de wensen van de bevolking te kennen als om bewoners te betrekken bij veranderingen. De afzonderlijke stellingen worden telkens door circa 4 op de 10 stedelingen onderschreven.

In Genk en Kortrijk voelt de bevolking zich het meest geconsulteerd. In Antwerpen, Aalst, en Roeselare vindt amper 1 op de 5 dat ze voldoende geconsulteerd worden.

De houding tegenover de consultatie van bewoners door het stadsbestuur is er in de 13 steden in vergelijking met de vorige metingen in 2008 en 2011 op achteruit gegaan. Opvallende dalingen zijn er in Hasselt, Oostende, Roeselare en Sint-Niklaas. Kortrijk en Aalst zijn de enige steden met een stijging.

In Kortrijk en Genk vindt meer dan de helft van de inwoners dat het stadsbestuur voldoende inspanningen levert om hun wensen te kennen. In Antwerpen, Turnhout en Roeselare loopt dit terug tot 30%. Kortrijk scoort samen met Genk ook het hoogst wat betrokkenheid bij veranderingen betreft. In Roeselare en Sint-Niklaas is daar nog 30% van overtuigd.

Vooral leeftijd zorgt voor significante verschillen: hoe jonger, hoe kritischer men reageert.

Gelet op de bekommernissen omtrent participatie en burgerbetrokkenheid, kan deze indicator best samen bekeken worden met de indicatoren ‘Spreiding van informatie over en door de stad’, ‘Actieve betrokkenheid van de burger’ en ‘Vrijwilligerswerk’.