Comfortniveau van de woning

Aandeel (%) inwoners dat aangeeft in een woning te wonen met elementair comfort, middelmatig comfort, groot comfort en private buitenruimte.

Comfortniveau van de woning: Tabel
Comfortniveau van de woning: Grafiek
Toelichting

De Vlaamse Wooncode vat de algemene beleidsdoelstellingen van de Vlaamse overheid op lange termijn samen. Cruciaal is artikel 3: “Iedereen heeft recht op wonen. Daartoe moet de beschikking over een aangepaste woning, van goede kwaliteit, in een behoorlijke woonomgeving, tegen een betaalbare prijs en met woonzekerheid worden bevorderd.”

In de 13 steden beschikt in 2014 bijna elke inwoner over elementair comfort, 88% van de inwoners over middelmatig comfort, 81% van de inwoners over groot comfort en 75,3% van de inwoners over groot comfort met een private buitenruimte.

Minstens 88% van de inwoners van de 13 steden beschikt over middelmatig comfort. In Hasselt, Genk en Leuven beschikt meer dan 90% van de inwoners over middelmatig comfort. Gemiddeld 11% van de inwoners geeft aan niet over centrale verwarming te beschikken. In Kortrijk, Aalst en Gent wonen relatief het meest inwoners zonder centrale verwarming.

Vier op vijf inwoners uit de 13 steden beschikt over groot comfort. In Leuven en Hasselt is dit meer dan 80% van de inwoners. In Kortrijk is dit het minst met 72% van de inwoners.

De toename van het comfortniveau is opmerkelijk in alle steden en vooral te wijten aan een toename van de internetverbinding. In 2011 beschikte bijna 1 op vijf inwoners nog niet over een internetverbinding, anno 2014 is dit nog maar 1 op tien inwoners.

Eigenaarschap is de dominante factor voor het al dan niet hebben van een bepaald comfortniveau. Eigenaars beschikken systematisch meer over groter comfort dan huurders. Daarnaast beschikt een groter aandeel inwoners met een niet-Belgische nationaliteit over minder groot comfort.

Betaalbaarheid, beschikbaarheid, kwaliteit en woonzekerheid zijn sleutelbegrippen. Men kan de indicator dan ook samen lezen met onder andere ‘Structurele problemen in de woning’ en ‘Tevredenheid over de woning’.