Buurtproblemen: milieuhinder

Aandeel (%)inwoners dat de afgelopen maand last heeft ondervonden van geurhinder.

Aandeel (%)inwoners dat de afgelopen maand last heeft ondervonden van hondenpoep.

Aandeel (%)inwoners dat de afgelopen maand last heeft ondervonden van lichthinder.

Aandeel (%)inwoners dat de afgelopen maand last heeft ondervonden van trillingen.

Aandeel (%)inwoners dat de afgelopen maand last heeft ondervonden van ongedierte.

Aandeel (%)inwoners dat de afgelopen maand last heeft ondervonden van zwerfvuil.

Aandeel (%)inwoners dat de afgelopen maand last heeft ondervonden van sluikstort.

Buurtproblemen: milieuhinder: Tabel
Buurtproblemen: milieuhinder: Grafiek
Toelichting

Deze indicator brengt specifieke milieuproblemen in beeld waar inwoners mee geconfronteerd kunnen worden. In een leefbare en duurzame stad zorgt men voor de gezondheid, veiligheid en het welzijn van de inwoners door systematisch een reeks van problemen aan te pakken zoals onder andere milieuhinder.

In 2014 heeft in de centrumsteden gemiddeld 6,2% van de inwoners last van lichthinder, 9,4% van geurhinder, 14,4% van trillingen, 15,0% van ongedierte, 22,7% van sluikstort, 22,9% van hondenpoep en 36,0% van zwerfvuil.

In de centrumsteden ondervinden de inwoners de meeste last van zwerfvuil, gevolgd door hondenpoep en sluikstort. In Gent, Antwerpen en Turnhout is het aandeel inwoners dat hinder ondervindt van zwerfvuil groter dan 40%. In Brugge en Hasselt heeft minder dan een kwart van de bevolking er last van. Op de tweede plaats staat overlast door hondenpoep waar voornamelijk de inwoners van Antwerpen, Turnhout en Oostende hinder van ondervinden (27-30%). Op de derde plaats noteren we hinder door sluikstort waar de hinder groter is in de grootsteden dan in de overige steden en het kleinst in Hasselt en Brugge.

Het aandeel inwoners dat hinder ondervindt van ongedierte is het grootst in Antwerpen (18,7%) en Aalst (16,8%) en het kleinst in Kortrijk (10,1%) en Brugge (10,4%). In Sint-Niklaas (20,7%) is de hinder door trillingen groter dan in de overige centrumsteden, in Genk (7,8%) kleiner. Ten slotte heeft minder dan 10% van de inwoners van centrumsteden last van licht- en geurhinder. In beide gevallen is de hinder het grootst in Antwerpen en het kleinst in Brugge en Kortrijk.

Het aandeel inwoners dat hinder ondervindt van hondenpoep is in de centrumsteden ten opzichte van 2011 gedaald van 27,8% naar 22,9% met de sterkste daling in Mechelen en Oostende. Overlast door geurhinder is stabiel gebleven.

Deze indicator leest men het best samen met indicatoren zoals ‘Algemeen onveiligheidsgevoel’, ‘Buurtproblemen: Lawaaihinder’ en ‘Buurtproblemen: Vandalisme’.