Buurtproblemen: lawaaihinder

Aandeel (%) inwoners dat last heeft van lawaaihinder en van lawaaihinder door bedrijven in de wijk.

Buurtproblemen: lawaaihinder: Tabel
Buurtproblemen: lawaaihinder: Grafiek
Toelichting

Deze indicator brengt een deelaspect van het veilig­heidsgevoel in de stedelijke omgeving in beeld. In een leefbare en duurzame stad zorgt men voor de veiligheid van mensen door systematisch een reeks van problemen aan te pakken zoals de criminaliteit, (geluids)overlast, verstoring van de openbare orde, brandveiligheid en milieuhinder.

In 2014 geeft gemiddeld 40,2% van de inwoners van de centrumsteden aan dat ze de afgelopen maand last heeft gehad van lawaaihinder. De grootste bron van lawaaihinder is verkeer (31,9%), gevolgd door burenlawaai (12,8%) en andere vormen van lawaai (4,6%).

In Sint-Niklaas (45,5%), Antwerpen (45,4%) en Gent (40,4%) is het aandeel inwoners dat last heeft van lawaai groter dan in de 13 centrumsteden gemiddeld. In Oostende (32,7%) en Brugge (32,9%) is de geluidshinder het kleinst.

Ten opzichte van 2011 is het gemiddeld aandeel inwoners dat last heeft van lawaai stabiel gebleven. In de centrumsteden individueel zijn er wel een aantal veranderingen. In Oostende is het aandeel inwoners dat hinder heeft afgenomen wat voornamelijk het resultaat is van een sterke daling van het aandeel inwoners dat last heeft van lawaai dat door het verkeer wordt veroorzaakt. In Hasselt en Roeselare is het aandeel inwoners dat last heeft van lawaai daarentegen gestegen.

Gemiddeld 4,4% van de inwoners van de centrum­steden heeft last van lawaai door bedrijven. De hinder is het grootst in Genk (6,8%) en Antwerpen (5,9%).

Inwoners jonger dan 35 en tussen 35-55 jaar hebben meer last van lawaai dan 55-plussers. Andere verschillen zijn eerder beperkt.

Deze indicator leest men het best samen met indicatoren zoals ‘Algemeen onveiligheidsgevoel’, ‘Buurtproblemen: lastig gevallen worden op straat’, ‘Buurtproblemen: milieuhinder’ en ‘Buurtproblemen: vandalisme’.