Bodembezetting naar functie

Aandeel (%) bebouwde en onbebouwde oppervlakte naar functie in de stad.

Bodembezetting naar functie: Tabel
Bodembezetting naar functie: Grafiek
Toelichting

In een leefbare en duurzame stad streeft men naar gebalanceerd en meervoudig ruimtegebruik met aandacht voor groen en natuur, economie, wonen, recreatie, industrie, etc.

In 2013-2014 wordt de meerderheid van de bebouwde oppervlakte in de centrumsteden ingenomen door de woonfunctie (61,5%). Ongeveer een kwart van de ruimte dient voor de economische functie en een kleine 10% voor welzijn en recreatie. Bij de onbebouwde oppervlakte wordt bijna 60% van de ruimte in de centrumsteden ingenomen door akkers en graslanden en ongeveer 10% door bossen en boomgaarden. Het aandeel onbebouwde ruimte ingenomen door tuinen en parken (4,1%) en door recreatieterreinen (1,4%) is beperkt.

In de centrumsteden is de gemiddelde relatieve oppervlakte voor wonen sinds 2003-2004 toegenomen, de oppervlakte voor economie en welzijn en recreatie is daarentegen verkleind. Oostende is de uitzondering, de relatieve oppervlakte voor wonen is er afgenomen en die voor economie is er toegenomen.

Het aandeel in de onbebouwde oppervlakte voor recreatieterreinen, tuinen en parken en bossen en boomgaarden is relatief stabiel gebleven sinds 2003-2004. In alle centrumsteden, behalve in Sint-Niklaas is het aandeel onbebouwde oppervlakte ingenomen door akker- en grasland afgenomen. De grootste afname vinden we in Oostende (-7 pp.) en Gent (-4,5 pp.). In de overige centrumsteden schommelt de daling rond 1 pp.

Deze indicator kan het best gelezen worden samen met ‘Oppervlakte natuurgebieden met effectief natuurbeheer’ en ‘Tevredenheid over het aanbod aan openbaar groen in de stad’.