Bezoek park, speeltuin of speelplein

Aandeel (%) van de inwoners dat het afgelopen jaar een park, speeltuin of speelplein bezocht.

Bezoek park, speeltuin of speelplein: Gezinsfocus: Tabel
Bezoek park, speeltuin of speelplein: Grafiek
Toelichting

In een leefbare en duurzame stad zijn er voor alle bevolkingsgroepen ruime mogelijkheden om zich te ontspannen en de vrije tijd in te vullen. Het parkbezoek of bezoek aan een speeltuin, speelplein zegt iets over het gebruik van deze ruimtes door de stadsbewoners, hoewel dit niet noodzakelijk in de stad zelf plaats vindt.

Bijna 9 op 10 inwoners van de 13 steden (88,9%) hebben het voorbije jaar een park bezocht. Bijna de helft van de inwoners heeft dit frequent gedaan (meer dan 6 keer). Inwoners uit Antwerpen (61,9%), Leuven (52,1%) en Mechelen (51,6%) bezoeken het regelmatigst een park (meer dan 6 keer per jaar). In deze steden woont ook het kleinste aandeel inwoners dat geen park bezocht heeft het voorbije jaar. In Sint-Niklaas is het aandeel bezoekers (80,8%) en het aandeel frequente bezoekers van een park (28,1%) het kleinst.

In de 13 steden bezocht ongeveer 5 op 10 inwoners een speeltuin of speelplein het voorbije jaar. Antwerpen, Genk, Hasselt en Leuven scoren boven het gemiddelde, maar in het algemeen is het verschil tussen de steden beperkt.

Verschillende groepen maken niet evenveel gebruik van een park of van een speeltuin of speelplein. Hoogopgeleiden bezoeken vaker een park dan laagopgeleiden. Ook niet-Belgen, gezinnen met inwonende kinderen en huurders bezoeken vaker een park. 55-plussers bezoeken dan weer minder frequent een park, terwijl de inwoners jonger dan 35 jaar het meest frequent een park bezoeken.

Voor een bezoek aan een speeltuin of speelplein doet het meest uitgesproken verschil zich voor tussen gezinnen met inwonende kinderen en gezinnen zonder inwonende kinderen. Ook niet-Belgen en inwoners jonger dan 45 jaar bezoeken frequenter een speeltuin of speelplein.

Deze indicator kan gelezen worden samen met ‘Tevredenheid over speelvoorzieningen en geschikte plekken voor de jeugd’, ‘Tevredenheid over het aanbod aan activiteiten voor kinderen en jongeren’, ‘Speelruimte in de wijk’, ‘Overdekte jeugdruimte in de wijk’ en ‘Open jeugdruimte in de wijk’.