Algemeen onveiligheidsgevoel

Aandeel (%) van de inwoners dat zich onveilig voelt in de buurt of de stad.

Algemeen onveiligheidsgevoel: Tabel
Algemeen onveiligheidsgevoel: Grafiek
Toelichting

De indicator informeert over de wijze waarop de veiligheid in de stad en buurt ervaren wordt. In een leefbare en duurzame stad probeert men de veiligheid van mensen te verhogen door systematisch een reeks van problemen aan te pakken zoals diefstal, overlast, verstoring van de openbare orde, en dergelijke.

In de 13 centrumsteden ervaart 7,4% van de inwoners in 2014 geregeld onveiligheidsgevoelens in de buurt en 13,5% in de stad. Algemeen ervaart een kleiner aandeel inwoners onveiligheidsgevoelens in de eigen buurt dan in de stad.

Brugge, Hasselt en Leuven kennen het kleinste aandeel inwoners dat zich vaak onveilig voelt (<4%) in de buurt. Antwerpen is de enige stad waar meer dan 10% van de inwoners zich in de buurt vaak onveilig voelt. Ook op het niveau van de stad tellen Brugge, Hasselt en Leuven het kleinste aandeel inwoners met onveiligheidsgevoelens. In Turnhout is het aandeel inwoners met onveiligheidsgevoelens in de stad het grootst met bijna 24%, gevolgd door Oostende (19,5%) en Antwerpen (18,6%).

Het onveiligheidsgevoel in de buurt is ten opzichte van 2011 stabiel gebleven. Het onveiligheidsgevoel in de stad daarentegen is in de centrumsteden toegenomen. Roeselare kent de grootste toename met meer dan 6 procentpunten. Ook in Gent, Aalst, Genk, Hasselt, Leuven, Sint-Niklaas en Turnhout is het onveiligheidsgevoel gestegen.

Zowel op het buurt- als stadsniveau voelen vrouwen en lager opgeleiden zich onveiliger dan mannen en hoger opgeleiden. Op het stadsniveau voelen Belgen zich vaker onveilig dan niet-Belgen. In tegenstelling tot in 2011 speelt leeftijd geen rol bij het al dan niet hebben van onveiligheidsgevoelens.

De indicator wordt het best samen gelezen met ‘Mijdgedrag op bepaalde plekken in de stad en in de buurt’ en ‘Criminaliteitsgraad voor autodiefstal, handtasdiefstal en woninginbraak’.