Aandeel kinderen waarvan beide ouders niet werken

Aandeel (%) personen van 0 tot 17 jaar dat leeft in een tweeoudergezin waar beide ouders niet werken of in een eenoudergezin waar de enige ouder niet werkt.

Kinderen in een gezin zonder betaald werk: Tabel
Kinderen in een gezin zonder betaald werk: Grafiek
Toelichting

Deze indicator is relevant voor de strijd tegen materiële armoede en inkomensongelijkheid. De aanwezigheid van werk binnen een gezin wordt beschouwd als een belangrijke buffer tegen armoede en sociale uitsluiting.

Begin 2013 leefde 17% van de kinderen in de 13 steden in een gezin zonder betaald werk. Dat aandeel ligt 6 procentpunten hoger in de 13 steden dan in het totale Vlaamse Gewest. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest scoort nog opvallend hoger. Het aandeel kinderen in een huishouden zonder betaald werk ligt daar dubbel zo hoog als in de 13 steden.

Antwerpen scoort het hoogst, gevolgd door Genk en Oostende. Brugge en Roeselare hebben het laagste aandeel kinderen in een gezin zonder betaald werk.

Tussen 2010 en 2012 is het aandeel kinderen in een gezin zonder betaald werk beperkt gedaald, daarna is het weer licht gestegen. In Gent, Genk en Mechelen is het aandeel tussen 2010 en 2013 duidelijk gedaald (telkens met bijna 2 procentpunten), in Sint-Niklaas gestegen (met bijna 2 procentpunten).

Het aandeel kinderen in een gezin zonder betaald werk verschilt in de 13 steden sterk naar huishoudtype. 11% van de kinderen die wonen in een twee­oudergezin leven in een gezin zonder betaald werk. Bij de kinderen in een eenoudergezin ligt dat aandeel bijna 4 keer hoger (37%).

In Antwerpen, Genk, Oostende, Mechelen en Turnhout wonen meer dan 10% van de kinderen in een tweeoudergezin in een gezin zonder betaald werk, in Brugge ligt dat slechts op 3%.

Ook bij de kinderen in een eenoudergezin scoren Antwerpen en Genk het hoogst. Daar ligt het aandeel kinderen in een gezin zonder betaald werk telkens boven 40%.

De resultaten van deze indicator worden best samen bekeken met de resultaten van volgende indicatoren: ’Fiscale inkomens beneden de kritische grens‘, ‘Verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering’, ‘Kansarmoede-index van Kind en Gezin’ en ‘Onderwijskansarmoede-indicator (OKI)’.